brandpunt+

Precap

Als Mosul wordt herbouwd, krijgt het dan ook zijn ziel terug?

Arja van den Bergh

Ylja Band

Waardevolle IS-documenten moeten worden veiliggesteld, tonnen puin en duizenden lijken geruimd, en de stad moet historisch verantwoord herbouwd – en rap een beetje, want mensen hebben geen huis. De opbouw van de totaal geruïneerde Iraakse binnenstad van Mosul is de grootste wederopbouwmissie uit de geschiedenis.

De Roemeens-Amerikaanse journalist Rukmini Callimachi staat op Twitter bekend als de ‘draadjeskoningin’. Vaak nummert ze haar tweets, die opeenvolgend een draadje (lees: verhaal) vormen, in een dappere poging duidelijkheid te scheppen over een complex onderwerp waar ze al jaren zorgvuldig verslag van doet: IS.

Wie Rukmini niet kent via Twitter of haar reportageartikelen in The New York Times, heeft de correspondent kunnen horen via de hitpodcast Caliphate, waarin ze, ondervraagd door haar collega Andy Mills, het DNA van de terroristische organisatie probeert te doorgronden. Wat anders is dan IS een platform geven, haast ze zich er in interviews bij te zeggen. Ze is ervan overtuigd dat we de vijand allereerst moeten begrijpen om hem te kunnen bestrijden.

Juist. Maar hoe?

De tien afleveringen van Caliphate geven – op veilige afstand, in je oor – een grof idee van wat nodig is om het veelkoppige terreurmonster te doorzien. Zo graaft Rukmini eindeloos in door IS geruïneerde gebieden naar achtergebleven documenten: rapporten, verslagen, brieven, kwitanties en ander interessant ogend papierwerk. Dáárin openbaart zich de wereld van IS, zegt ze stellig, dáárin lezen we hoe de organisatie opereert. Leer de administratieve afdeling van IS kennen – die dus bestaat, net als een, jawel, HR-afdeling – en gij zult begrijpen. (Wat er daarna gebeurt met de historisch waardevolle documenten lees je hier).

En waar anders te beginnen dan in Mosul, IS’ laatste bolwerk? Daar waar IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi het kalifaat uitriep in 2014 en waar in juli 2017, na drie jaar bezettingstijd en een bloederig offensief, de stad werd heroverd.

In de zevende aflevering van Caliphate gaat Rukmini terug naar de vooravond van de bevrijding, waarop ze met haar ploeg in een verlaten villa zo’n tien kilometer buiten Mosull wacht op informatie (en perstoestemming) om de stad in te gaan.

Er heerst opwinding: zou Mosul de dag erop daadwerkelijk worden bevrijd? Omdat het heet en lawaaierig is in de villa slepen Rukmini, Andy, tolk Hawk en hun gastheer wat matrassen en slaapzakken naar het dak. Wat Rukmini zich herinnert, is dat ze naar de sterren keek en dacht: dit bijzondere stuk hemel is van zo veel verschrikkingen getuige geweest.

De hemel boven Mosul als het schuldige landschap van Armando. Armando (1929-2018), de onlangs overleden Nederlandse kunstenaar, beeldhouwer, dichter en filmmaker, verwees met zijn thema ‘schuldig landschap’ naar landschap dat (in de Tweede Wereldoorlog) getuige was van allerlei gruwelijkheden, maar nooit ‘ingreep’. De wind bleef ruisen, planten en bomen groeiden door en luchten kleurden dag in dag uit achteloos blauw. Armando, die vlakbij een concentratiekamp in Amersfoort was opgegroeid, verbaasde zich over hoe de natuur onverstoorbaar was voor menselijk leed – en verwerkte dat vervolgens in zijn kunst.

En ja, ook tijdens de onthoofding van een Koerdische man bleef de zon schijnen in Mosul, net als dat de wind in de stad bleef ruisen toen een soldaat bruut werd overreden door een tank. De zandvlaktes rondom de stad behielden halsstarrig hun vorm, ondanks de vlucht van honderdduizenden mensen richting veiliger gebied. 

Maar de zon, de wind en de zandvlaktes rond Mosul zouden, besefte Rukmini die nacht op dat dak, net zo goed getuige zijn van een historische dag: de dag dat IS zou zijn verdreven en de slag om Mosul gewonnen.

De volgende dag, zondag 9 juli 2017, claimt Irak inderdaad de herovering van de stad. Rukmini’s ploeg mag niet lang daarna West-Mosul in, onder begeleiding van het terrorismebestrijdingsteam van het Iraakse leger. Van hen krijgen ze ook toestemming om achtergebleven documenten te verzamelen.

Ze treffen één grote ruïne. West-Mosul is compleet platgebombardeerd, het puin reikt huizenhoog en elke straat is doordrenkt met de zoetweeïge geur van lijken. Rukmini’s tolk en fixer Hawk, geboren en getogen Mosuli, is sprakeloos en kan zich door gebrek aan herkenningspunten nauwelijks oriënteren: “I can’t tell where am I now. This is my city. I don’t know where I am.”

Al snel krijgt de hele wereld een beeld van de enorme schade die in Iraaks tweede stad is aangericht. Er ligt ruim acht miljoen ton aan puin en bijna een miljoen mensen – ongeveer gelijk aan het inwoneraantal van Stockholm – is ontheemd, waarvan ‘maar’ honderdduizenden in kampen rond de stad konden worden opgevangen.

Infographic: Jerry Vermanen en Thomas Mulder
Infographic: Jerry Vermanen en Thomas Mulder

De Verenigde Naties schatten dat zo’n achtduizend huizen zijn beschadigd tijdens het offensief om Mosul terug te winnen. Sommige bewoners keren, ruim een jaar na de bevrijding, weer terug. Maar naar wat? De stad is bezaaid met bomgordels, mortiergranaten en kelders liggen vol dode lichamen van burgers, of IS-strijders.

Hoe bouw je zo’n eeuwenoude stad weer op? En hoe help je terugkerende inwoners weer aan een huis? Deze bijna onmogelijke opdracht ligt nu in handen van een stel ambitieuze Nederlanders.

Want er zijn heus wel initiatieven, en er wordt ook best al wel geruimd en gebouwd, maar het ontbreekt aan een grotere visie voor de stad. Een visie die naast de praktische behoeften van burgers ook rekening houdt met Mosul als cultureel historisch erfgoed. Marmeren ramen, authentieke gewelfstructuren, pastelgetinte huizen, Ottomaanse bogen en statige minaretten: de stad moet historisch verantwoord worden hersteld.

Welnu, die visie ligt er. Dankzij de Nederlandse projectleider Ivan Thung en zijn team van sociologen, planologen en economen – onder de vlag van UN Habitat, een van de programma’s van de Verenigde Naties voor sociale en duurzame stedenbouw. Een van Ivans teamleden is ook de Nederlandse architect Jan Willem Petersen, een man die niet zómaar is geselecteerd voor dit project. 

Jan Willem vertrok vijf jaar na de beëindiging van de Nederlandse missie in Uruzgan namelijk naar Afghanistan, volledig vermomd als local, om te zien wat er terecht was gekomen van de scholen, wegen en klinieken die Nederland daar had gebouwd. (Spoiler: de helft van de projecten daar is gelukt.) Hij is gefascineerd door wederopbouw, met name na verwoestende conflicten in stedelijk gebied.

Gefascineerd, hartstikke leuk, maar als architect of planoloog sta je wel voor een enorm dilemma: de stad in originele staat terugbrengen kost veel tijd, terwijl er nu juist zo snel mogelijk nieuwe huizen nodig zijn.

Voordat die huizen, origineel of niet, überhaupt kunnen worden gebouwd, moet al dat puin eerst worden geruimd.

En voordat er wordt geruimd, moeten de IS-documenten waar Rukmini’s team naar graaft, worden veiliggesteld. 

Want IS mag dan zijn verdreven uit Mosul, de terreurorganisatie wint op een hoop andere plekken weer aan terrein. Het papierwerk dat Rukmini verzamelt en onderzoekt, biedt eindeloos veel inzicht in de manier waarop IS opereert en dus ook kan worden bestreden.

De inwoners van Mosul, en allen die nog zullen terugkeren, hebben nu zelf iets anders aan hun hoofd. Ze zijn getraumatiseerd, maar willen zo snel mogelijk dóór. Ondanks kilometers aan ravage wordt steen voor steen, straat voor straat, hard gewerkt aan de leefbaarheid van de stad. De blik is gericht op het nu. Op het (levensgevaarlijke) puinruimen, op het zo snel mogelijk bouwen van een veilig thuis. Op een stad waar weer kan worden geleefd, gevierd en gedroomd. Door oude, maar ook jonge generaties.

Dus rest nog als enige vraag: als de oude stad weer herrijst, krijgt Mosul daarmee ook zijn ziel weer terug? 

Illustraties: onze Ylja Band. 

Bekijk hier de reportage: