brandpunt+

Kind in de verkiezingen

Deze leerling is voer voor loverboys en ik sta machteloos, zegt schooldirecteur Jan

Karen Geurtsen

Tijdens ons onderzoek onder basisscholen hoorden we schrijnende verhalen over hoe ongelukkig kinderen soms opgroeien in Nederland. Scholen zien die kinderen dagelijks, maar staan machteloos. Dat leidt tot veel frustratie. Schooldirecteur Jan deelde het verhaal over zijn leerling Samantha, een verwaarloosd meisje dat hij al jaren probeert te helpen. ‘Dit kind is voer voor loverboys.’

Noot van de redactie: Dit is een geanonimiseerd portret van een kind in een mishandelingssituatie. Het portret is gebaseerd op een gesprek met directeur Jan, diverse mailwisselingen met instanties en het dossier dat de school heeft bijgehouden. De foto bij dit artikel is niet van Samantha, maar archiefbeeld. Hieronder zie je de tekening die Samantha zelf van haar situatie maakte.

Je hebt de social media cookies niet geaccepteerd.

Om bovenstaande inhoud te bekijken moet je de social media cookies accepteren. Hierdoor kan je social media berichten zien, delen en erop reageren.

Wijzig cookie instellingen

'Binnenkort gaat ze van school. Ons zorgenkindje. Ons persoonlijke hulpproject. Al acht jaar staan we als een scheidsrechter in de boksring die haar leven is. We grijpen in als het te ver gaat. Praten met alle instanties die aan haar prille leven voorbijtrekken. We geven haar brood als ze weer eens geen eten bij zich heeft en doen de deuren van school op slot als vader of moeder haar dreigt mee te nemen naar verre oorden. We proberen, kortom, haar leven zo veilig mogelijk te maken. En overzicht te houden in de chaos van drama’s en hulpverleners waar zij, haar drugsverslaafde moeder, haar criminele vader en haar kleine zusje met een hersenbeschadiging mee te maken hebben.

Telkens weer hetzelfde verhaal

Als ik nu zo de notities in ons systeem teruglees over Samantha, raak ik gefrustreerd en treurig tegelijk. Het zijn er soms wel 40 per jaar. Met onderwerpen als ‘Heterdaad betrapt’, ‘Moeder in detentie’, ‘Woede-uitbarsting’, ‘Seksuele tekeningen’, ‘Incident met klasgenoot’, ‘Officiële waarschuwing leerplicht’, en velen met het kopje ‘Zorg’. Ter vergelijking: bij een gemiddelde leerling hebben we een stuk of vijf notities per jaar.

Natuurlijk heb ik mijn zorgen gemeld. Ik denk dat er wel 42 hulpverleners zijn met wie ik gesproken heb over Samantha’s situatie. 42 mensen van wel 15 verschillende instanties: de Raad voor de Kinderbescherming, het Leger des Heils, de wijkagent, de leerplichtambtenaar, een GGZ-instelling, een team van de gemeente, de jeugdbescherming, de nazorg voor ex-gedetineerden, de pleegzorg, de regionale zorgcoördinator, Veilig Thuis, de jeugdverpleegkundige, het veiligheidshuis, noem maar op. Dan is die weer verantwoordelijk, dan gaat die zich er weer mee bemoeien. En niemand heeft echt overzicht.

42 keer weer hetzelfde verhaal doen... Inmiddels snap ik wel dat mensen moedeloos worden van ‘hulp’. Ik vind het ook niet mijn rol om al deze instanties op de hoogte te houden van wat de ander heeft gedaan. Onderwijs, dat is waar ik me als schooldirecteur mee bezig hoor te houden. Maar ik doe het wel want anders doet niemand het, heb ik wel gemerkt. Ze willen allemaal wel graag het beste doen, de mensen die ik spreek. Maar het lukt gewoon niet.

Een hulpverlener is bijvoorbeeld ontslagen omdat hij met een biertje op achter het stuur kroop. Een keer stopte alle hulp opeens omdat de 22-jarige voogd van het gezin meende dat ze niet veilig was door de agressie van de ouders. En een andere hulpverlener raakte overspannen waardoor de ‘casus’ moest worden overgedragen en alles weer opnieuw begon. Ze kunnen het werk simpelweg niet aan.
Enerzijds snap ik het wel, dit zijn ook maar mensen. Maar aan de andere kant: Samantha en haar zusje zitten daar wel. In een ziekenhuis kunnen ze toch ook niet zeggen: ‘sorry, de dokter is overspannen dus ik laat die wond nog even open liggen?' 

Alcohol, geweld, uithuiszetting, schulden.. 

In al die jaren heb ik één hulpverlener getroffen die echt doorpakte. Zij heeft ervoor gezorgd dat Samantha en haar zusje na zes jaar eindelijk ergens anders konden gaan wonen, bij familie die ze vertrouwen. Maar nog steeds blijft de dreiging van terug moeten naar moeder boven hun hoofdjes hangen. ‘De beste plek voor kinderen is immers bij hun moeder,’ hoor ik van de christelijke hulpverleners die nu in het gezin zitten. Misschien ben ik na al die jaren mijn objectiviteit verloren, maar ik ben van mening dat dat in dit geval absoluut niet zo is. Ik doe even een greep uit hoe die ‘beste plek’ eruit heeft gezien voor Samantha de afgelopen jaren:

Drugs en alcohol zijn onderdeel van haar dagelijkse leven. Als ik Samantha vraag om haar situatie te tekenen is dat het eerste wat op papier komt. Ze vertelt me dat ze thuis behandeld wordt als slaaf: dat ze moet stofzuigen, sigaretten moet aangeven en niet buiten mag spelen. Wat andere voorbeelden: haar persoonlijke spulletjes hebben op straat gestaan omdat het gezin uit huis is gezet toen vader en moeder allebei in de gevangenis zaten. Een familielid heeft op het laatste moment nog een en ander in de auto kunnen laden, anders was alles weggeweest. Ze is bij haar keel gegrepen door haar vader die voor geweldpleging in de gevangenis zit.

En geld is altijd een probleem; haar zwemgeld en overblijfgeld zijn bijvoorbeeld nooit betaald vanwege de schulden, en verslaafden komen aan de deur om verhaal te halen over waar hun centen blijven. Er wordt haar ondertussen vanalles beloofd: een vogel, een puppy en zelfs een paard. Maar uiteindelijk krijgt ze niks natuurlijk. Een paar jaar geleden was Samantha er zelfs bij toen haar vader gearresteerd werd, gewoon op straat.

‘Het hotel waar allemaal mannen kwamen’

Samantha zegt zelf ook dat ze niet terug wil naar haar moeder, maar naar haar wordt niet geluisterd. Je merkt aan alles dat ze geen stabiele opvoedsituatie heeft. Haar woede-uitbarstingen, haar gedrag naar leerkrachten en medeleerlingen, de manier waarop ze aandacht vraagt... Ze kent bijvoorbeeld het onderscheid tussen waarheid en leugen niet. Als ik haar op de gang vraag hoe haar spreekbeurt ging, zegt ze ‘heel goed’. Van haar leerkracht hoor ik later dat ze een vier heeft gekregen. Ze vertrouwt niemand, maakt ruzie met haar klasgenoten waarbij ze schopt en kinderen in het gezicht slaat.

En ‘wat mannen en vrouwen doen’, zoals zij het noemt, daar weet ze alles van. Nadat ze twee jaar geleden op de toiletdeur van school haar kennis had gedeeld, hebben we een onderzoek aangevraagd. Waarom maakt dit meisje zulke expliciete seksuele tekeningen? Betekent het dat ze seksueel misbruikt wordt? Het is onderzocht en het antwoord was: nee. Ze had misschien gewoon veel gezien en gehoord. Bijvoorbeeld die keer dat ze meeging naar een hotel en dat er allemaal mannen bij mama kwamen.

Erover praten met de ouders lukt niet. Ze komen bijna nooit opdagen op afspraken. Gelukkig is er familie die die rol een beetje overneemt, maar ook daar is weer strijd over met ouders. Ze schelden elkaar uit voor ‘kutwijf’ waar de kinderen bij zijn en maken elkaar zwart. Hoe kun je ooit zelf normaal leren communiceren als je belangrijkste opvoeders enkel schelden en agressie tonen?

Voer voor loverboys

Onze maatschappij is hard voor kinderen als Samantha. We hebben allerlei mooie instanties maar in al die jaren heb ik voor Samantha weinig zien veranderen. Het is werkelijk hartverscheurend. En wat kun je doen als school? Behalve haar wat extra aandacht geven en haar dossier goed invullen. De laatste drie jaar heb ik naast de registratie in ons normale systeem, zelfs een schaduwdossier bijgehouden zodat ik kon volgen wat er allemaal gebeurde zonder dat ouders dat konden zien. Een van de leerkrachten opperde al om zelf deze kinderen in huis te nemen, maar dat kan ook niet zomaar natuurlijk. Het klinkt misschien zuur, maar in de lerarenkamer noemen we Samantha ‘voer voor loverboys’.

Voor Samantha’s zusje met een hersenbeschadiging houd ik m'n hart helemaal vast. Zij is nu nog klein, maar hoe moet het als zij straks, met haar eigen problematiek, weer bij die probleemouders terechtkomt? Ze schreeuwt nu al alles bij elkaar als ze haar moeder ziet. En ook de pleegouders gaan het niet redden. Dat zijn lieve mensen, maar wel al wat ouder, en bovendien analfabeet. Zij komen er met Samantha al met moeite uit. Hoe kunnen ze straks ooit het zusje opvoeden als ook nog die moeder aan de zijlijn staat te schreeuwen dat ze haar kinderen terug wil?

Tot zover mijn verhaal. Ik ga de nieuwe hulpverlener van de pleegzorg bellen. Die stond op mijn voicemail: of ik wil uitleggen hoe het ook alweer zit met Samantha. Ik ben immers de enige die het overzicht heeft. Daarna ga ik proberen een middelbare school voor haar te regelen waar ze een beetje over haar waken. Maar vertel mij nou eens: in het land waar de gelukkigste kinderen ter wereld wonen, moet dit toch beter kunnen?'

Kind in de verkiezingen

Ze hebben geen stemrecht. Nog niet tenminste. Maar ze vertegenwoordigen eenvijfde van onze totale bevolking: kinderen onder de 18 jaar. Veel verkiezingsthema’s zoals onderwijs of zorg raken hen direct. Karen onderzoekt voor Reporter 2021 hun positie en vertelt hun verhalen. Te beginnen met de vraag hoe de zorg is geregeld voor mishandelde kinderen.

(Meer over Reporter2021 lees je hier)