brandpunt+

Column

Zomaar een middagje langs de weg naar vluchtelingenkamp Moria

Nadia Moussaid

Ylja Band

Het vluchtelingkamp Moria op Lesbos is vol, vies en onveilig. Er leven ruim 9000 mensen in een kamp zonder voldoende douches, toiletten en tenten. Vooral vrouwen voelen zich onveilig. Ze reizen vaak alleen en er bestaat een grote kans dat ze slachtoffer worden van seksueel geweld. Nederlandse vrijwilligers van Because We Carry en Showerpower helpen deze vrouwen. Ze geven hen praktische spullen, persoonlijke aandacht en zorgen voor een veilige plek om te douchen. Brandpunt+ zocht deze vrijwilligers op. Nadia Moussiad vertelt over een bijzondere middag langs de weg naar het kamp Moria.

De Nederlandse organisatie Showerpower geeft elke dag tientallen vrouwen de kans om op een veilige plek te douchen en even tot zichzelf te komen. In het kamp is het vaak gevaarlijk voor vrouwen om naar het toilet te gaan of zich te wassen. De vrijwilligersorganisatie Because We Carry zamelt spullen in om weg te geven aan vluchtelingen. Zo geven ze benodigdheden aan vrouwen waar niet snel aan gedacht wordt zoals maandverband, zonnebrand en iedere vrouw die een kind krijgt ontvangt een babypakket. Ook delen ze koffie en thee uit en organiseren ze activiteiten in vluchtelingenkampen zoals yoga of stoepkrijten voor de kinderen. Zodat de deelnemers even vergeten dat ze vluchteling zijn. Vrijwilligster Elies van Because We Carry geeft vandaag buggy’s weg. Veel vluchtelingen moeten vele kilometers lopen met hun kindjes, dragen is zwaar. Kinderwagens of buggy’s hebben ze niet. Een buggy biedt daarom uitkomst, ze zijn dan ook erg gewild.

“No sir I am sorry, he is too big. You’re son is too big for the buggy”. De man blijft nederig staan, met een vriendelijke glimlach op zijn gezicht. Ik word er een beetje ongemakkelijk van. Zijn zoontje zit ondertussen met zijn vingers aan de buggy.

Ik bespreek met Elies of we hem toch een buggy moeten geven. Het jongetje is echt te groot, we moeten streng zijn anders hebben ze er niks aan. De vader blijft nog steeds staan en glimlacht vriendelijk met het jongetje naast hem. “Sir we are really sorry but your son is too big.” Hij pakt de hand van zijn zoontje, draait zich om en loopt weg. Dan zien we dat hij mank loopt.

Maar Elies en ik moeten verder met onze knullige demonstratie van de buggy. Daar staan we als twee onwetende kinderloze dertigers, die proberen uit te leggen aan een jong stelletje met een pasgeboren baby hoe de buggy werkt. Jullie moeten hem wel echt goed vastmaken anders glijdt de baby eronderuit. De jonge moeder antwoordt: “I know how it works.” We lachen allemaal schaapachtig.

We zien een stel kersverse ouders lopen met een baby op hun arm langs de weg van Moria, het vluchtelingenkamp op Lesbos. Ik wenk hen vanuit de auto of ze blijven wachten. Ze kijken naar ons met een argwanende blik, maar ze lopen toch vertwijfelend op ons af. Ik voel mij een soort van drugsdealer die klanten zoekt. Snel stappen we uit de auto en pakken een van de buggy's die in de achterbak ligt. We klappen hem uit en geven hem aan het jonge stel. Ze zijn blij en glimlachen naar ons. 

Ik begrijp van Elies dat het overhandigen van de buggy snel moet gebeuren want voor je het weet staan er veel mensen om je heen die allemaal een buggy willen. Ook mensen die geen kinderen hebben willen er één. Een buggy wordt niet alleen gebruikt om kinderen te vervoeren maar wordt ook ingezet als boodschappenwagen of als kruiwagen; een buggy in een vluchtelingenkamp is multifunctioneel. Mensen moeten immers kilometers lopen vanaf het kamp om bij de zee of in het dorpje te komen. Hele gezinnen lopen elke dag langs de weg waar de auto’s hard voorbij rijden.

Elies en ik zien de man die mank loopt nog steeds langs de weg staan met zijn zoontje. Zullen we hem dan toch maar een buggy geven? Elies rent achter hem aan: “Sir sir come!” Ik voel me ongemakkelijk en ook op een rare manier nuttig. Hij loopt naar ons toe en dan zien we dat zijn zoontje dezelfde afwijking aan zijn benen heeft en ook mank loopt. We klappen de buggy uit en de man zet zijn zoontje erin. “My son is blind you know”, zegt de man. Nu ik beter kijk zie ik inderdaad iets raars aan zijn ogen.

Een vader en zijn zoon in een buggy
Een vader en zijn zoon in een buggy

De man en zijn zoontje zijn zo blij. Ik schaam me. Vervolgens strompelt de vader met zijn zoontje in de buggy weg. We blijven achter met een gevoel van schaamte, maar tegelijkertijd voelt het ook goed om mensen blij te maken. Maar er zit iets ongelijkwaardigs in. Je voelt de machtsverhouding; wij hebben iets dat zij nodig hebben. Wij hebben de kans om iets weg te geven aan deze mensen en mogen zelfs kiezen wie het krijgt. Dit is natuurlijk een moment als anchor van een reportage waarin ik participeer, meedoe en besluit. Het voelde raar om in de auto te blijven zitten of om simpelweg langs de weg te blijven staan als Elies de buggy’s weggeeft.

Dit is één van de heftige gebeurtenissen die mij overkwamen tijdens het filmen van de uitzending over het overvolle vluchtelingenkamp Moria op Lesbos. Waar duizenden mensen wachten op een verblijfsvergunning in het beloofde Europa.

Bekijk de reportage hier: