brandpunt+

Onderzoek(je)

Hoe huidskleur bepaalt of we berichten over vermiste mensen delen

Eric van den Berg

Ylja Band

Bij vermissingen kan aandacht op sociale media levens redden. Helaas verdelen we die aandacht nogal selectief. We doken in de cijfers en ontdekten: Facebook-posts over vermiste witte mensen worden maar liefst vijf keer meer gedeeld dan posts over vermiste mensen die níet wit zijn.

“Mijn jongste vraagt elke dag: ‘Papa, komt ze vanavond weer terug?’” De oproep die Baderha Massembo op Facebook deed om te helpen zoeken naar zijn vermiste 14-jarige dochter Nsimire kwam hard aan. Zo hard, dat bijna een kwart miljoen Nederlanders het bericht deelden. De post bereikte daardoor miljoenen mensen en veroorzaakte een mediastorm rondom het vermiste meisje. De aandacht bleef niet zonder gevolgen: Nsimire werd eind augustus teruggevonden, dankzij een tip van het publiek.

Helaas krijgt niet elke oproep zoveel aandacht. Een wanhopige post van de beste vriendin van Orlando Boldewijn (17) werd slechts een paar honderd keer gedeeld. Orlando werd dood gevonden in een plas, een paar kilometer van Nsimires woonplaats.

Sylvana Simons, gemeenteraadslid in Amsterdam en partijleider van Bij1, was een van de velen die zich kritisch uitsprak over de politie en media in de dagen na Orlando’s dood. Op Facebook vroeg ze zich af waarom de jonge Rotterdammer zoveel minder media-aandacht kreeg dan de witte Anne Faber, die maanden eerder werd vermist. De implicatie dat de huidskleur van Orlando een rol had gespeeld, was online voer voor een meute schuimbekkende critici. Columnist Jan Dijkgraaf ging voorop: hij betichtte Sylvana van “suggestieve haatzaaierij”, en verweet haar “dode jongeren te gebruiken voor haar misselijkmakende racistische agenda”.

Haatzaaierij? Nee hoor, gewoon feiten

Jammer voor Jan Dijkgraaf: Sylvana heeft gelijk. Niet-witte mensen krijgen structureel minder aandacht op sociale media, en het verschil is fors. Verhalen die op Facebook en Twitter rondgaan, zijn vaak de aanleiding voor berichtgeving van andere media. Zwarte mensen die vermist raken, staan dus meteen al met 1-0 achter. En dat is geen mening, maar een feit. Wetenschappers en journalisten hebben het fenomeen zo goed gedocumenteerd dat het zelfs een eigen Wikipedia-lemma heeft - in zeven talen.

Voor Brandpunt+ dook ik in de cijfers en onderzocht ik welke rol huidskleur speelt bij het delen van berichten over vermiste personen op sociale media. Op Twitter keek ik naar @vermistpersoon, het officiële account van het Landelijk Bureau Vermiste Personen van de Politie. De politie deelt op Facebook - met uitzondering van het Amber Alert - geen berichten over vermissingen. Daarom keek ik ook naar ZoekJeMee. Deze pagina, de grootste in Nederland gewijd aan vermiste personen, is een particulier initiatief dat beheerd wordt door een netwerk van vrijwilligers.

Op beide platforms deelde ik alle posts - voor zover mogelijk - op in twee categorieën: wit en niet-wit. Ook berekende ik gemiddelden van shares, likes en het bereik.

Posts over witte mensen worden vijf keer zo vaak gedeeld

De uitkomsten waren extreem: op Twitter werden berichten over witte mensen bijna twee keer zo vaak (64 procent) gedeeld als die over niet-witte mensen. Op Facebook was het verschil vijf keer zo groot. Het gevolg: posts over witte vermisten bereikten ongeveer 26 duizend mensen, terwijl de teller voor niet-witte mensen bleef steken op 8 duizend. Andere verschillen (man vs. vrouw, kind vs. volwassene) verbleekten bij de kloof die witte mensen en niet-witte mensen scheidt. 

De meeste journalisten die veel met sociale media werken kennen dit verschijnsel, weet ik uit ervaring. Als chef van de online redactie van NH (vroeger RTV Noord-Holland) kwam ik er bijvoorbeeld vaak mee in aanraking. Vermissingen zijn namelijk dankbare verhalen voor een regionale omroep. Pijnlijk maar waar: ze resoneren bij het publiek. Het zou zomaar je eigen kind kunnen zijn, iedereen kan zich gemakkelijk inleven in dergelijke ellende. Lezers delen de berichten vervolgens graag omdat ze willen helpen met zoeken. Wij plaatsten dus veel berichten over vermissingen. En als je dat lang genoeg doet, ga je vanzelf vanzelf patronen herkennen. Huidskleur is weliswaar niet de enige factor van belang - een goede foto is cruciaal en een emotionele tekst ook - maar wit zijn helpt zeker, zo wezen de klikcijfers uit.

Aandacht op sociale media is bij vermissing een kwestie van leven en dood
Sylvana Simons

Ik belde Sylvana Simons om de cijfers te bespreken. “Heel erg treurig," is haar eerste reactie, "maar niet verbazingwekkend.” Ze vertelt zelf ook weleens te worden benaderd door wanhopige ouders uit de zwarte gemeenschap, met het verzoek iets te delen over een vermist kind. Het belang van (sociale) media-aandacht is voor Sylvana evident. “Het gaat hier om mensenlevens, en die aandacht is letterlijk een kwestie van leven en dood."

Vraag blijft: waar komt dit gigantische verschil vandaan? Enkele hardcore-racisten uitgezonderd, leven witte sociale- mediagebruikers natuurlijk ook mee met vermiste Marokkaanse-Nederlanders, Turkse-Nederlanders of Surinaamse-Nederlanders. De beslissing om een post wel of niet te delen wordt vaak in een fractie van een seconde genomen. Petra Blankwaard, voorzitter van ZoekJeMee en mede-beheerder van de Facebook-pagina van de stichting, vermoedt dat mensen misschien eerder een post delen van iemand die op hen lijkt. Dat effect zou twee kanten op kunnen werken: wie Facebook-groepen van niet-witte gemeenschappen induikt, ziet daar inderdaad vaak berichten opduiken over vermissingen uit ‘eigen’ groep.

Onbedoeld algoritmisch racisme?

Als jezelf herkennen in een vermist persoon inderdaad de drijvende kracht is achter delen, dan zijn niet-witte mensen de sjaak. Driekwart van alle Nederlanders heeft volgens het CBS namelijk geen immigratie-achtergrond. Als iedereen online uitsluitend posts deelt over mensen die er hetzelfde uitzien als zij, zou een algoritmisch gedreven medium als Facebook de conclusie trekken dat posts over witte mensen drie keer zo populair zijn als die over niet-witte mensen. Die berichten zouden hierdoor meer aandacht genereren: een racistisch resultaat van menselijk handelen. Het zou ook verklaren waarom het effect op Twitter minder sterk is: dat medium leunt pas sinds kort  op algoritmische selectie van berichten, en doet dit bovendien minder sterk.

Ook Sylvana gelooft niet dat Facebook-gebruikers bewust discrimineren, vertelt ze me. “Iemand die een post ziet van een vermist zwart kind, zich daar minder verbonden mee voelt, en daarom die post niet deelt, is niet direct een racist." Wel denkt ze dat die persoon deel uitmaakt van een systeem dat racistisch is. Volgens de partijleider van BIJ1 worden Nederlanders zoveel blootgesteld aan “stelselmatige dehumanisering van de ander”, dat het merendeel van hen niet-witte mensen onbewust beschouwt als minder dan menselijk. “Als we via schoolboeken en media, een bepaald beeld krijgen van ‘de ander’, zijn we minder snel geneigd om die ander te helpen," concludeert Sylvana. “Termen als dobberneger, kutmarokkanen en het scanderen van ‘minder, minder’ dragen daaraan bij.”

Het is bijna erger om een racist genoemd te worden dan om er een te zijn
Sylvana Simons

Hoewel over de verklaring kan worden gediscussieerd, spreken de feiten voor zich. Berichten over niet-witte mensen worden minder vaak gedeeld. Toch zal ook in de Facebook-reacties op dit artikel heftig gereageerd worden. Sylvana denkt dat dit juist komt doordat het om onbewust gedrag gaat. De meeste mensen zien zichzelf helemaal niet als racist, en de suggestie dat hun gedrag mogelijk wel discriminerend is, wekt frustratie, ergernis en soms zelfs woede op. Ironisch genoeg is een van de oorzaken daarvan weer het taboe op racisme. “Het is zó erg om een racist genoemd te worden”, zegt Sylvana daarover. “Het is bijna erger om een racist genoemd te worden dan er een te zijn.” 

Over onrecht: geen aandacht kunnen krijgen op het moment dat je die het hardst nodig hebt en weten dat je huidskleur daar een rol bij speelt. Blankwaard van ZoekJeMee heeft dagelijks te maken met wispelturige deelgedrag van Facebookers. De ene post gaat viral en leidt tot massale zoekacties, anderen blijven ongedeeld. “Het is soms best frustrerend. We vragen ons af: wat is nou het verschil? Naar de één gaan zoekhonden en sonarboten, naar de ander niets.”

Toch is het een probleem dat zich moeilijk laat oplossen. De wil om te helpen laat zich immers niet afdwingen. “We zijn er nog lang niet,"concludeert Sylvana. “Het is niet zo dat als kinderen nu op school het juiste geschiedenisboekje krijgen, dat iedereen zich dan morgen bewust is van dit probleem. We zullen écht een aantal vervelende gesprekken met elkaar moeten voeren.”

Benieuwd naar de cijfers achter dit onderzoek? Die over Twitter vind je hier; die van de Facebook-berichten hier.

Toelichting onderzoeksmethode

De data van de account @vermistepersonen is gedownload met behulp van de Twitter-API en een PHP-scriptje. ZoekJeMee stelde hun Facebook-data vanaf begin 2017 zelf ter beschikking. Voor de politie-Twitter onderzocht ik alle beschikbare tweets. Op de ZoekJeMee alle aangeleverde data.

ZoekJeMee plaatst posts met het expliciete doel de vermissing bij een zo breed mogelijk publiek onder de aandacht te brengen, en post vaak. De politie plaatst sommige vermissingen wel op Twitter, andere niet. Ze maken bij elke zaak de afweging tussen privacy tegenover en het gevaar dat het vermiste persoon loopt.

Zowel de politie als ZoekJeMee verwijderen posts nadat de vermiste gevonden is. In de dataset van ZoekJeMee waren die verwijderde posts wel terug te lezen, bij de politie niet. 

Het indelen van de vermiste personen in de categoriën ‘niet-wit’ en ‘wit’ gebeurde handmatig. Leeftijd is de leeftijd op het moment van vermissing. Van veel verwijderde posts viel aan de hand van de tekst en overige informatie op internet te achterhalen over wie het ging. Daarna was makkelijk om afkomst, leeftijd en geslacht vast te stellen.

Het indelen van mensen in etnische categorieën deed ik aan de hand van hun uiterlijk, soms in combinatie met hun naam of geboorteplaats. Er waren verbazingwekkend weinig twijfelgevallen. Mensen met wortels in Oost-Europa waren vaak wel herkenbaar aan hun naam, maar niet aan hun uiterlijk. Zij zitten in de categorie: ‘wit’.

Voor de stortvloed aan kritiek losbarst: een paar vragen over het onderzoek beantwoord

Is dit onderzoek niet wat aan de kleine kant?
Ja en nee. De uitslag is namelijk wél significant. De effecten zijn zo extreem dat ze vrijwel onmogelijk te verklaren zijn met behulp van toeval, ondanks de relatief kleine aantallen onderzochte posts (127 op Facebook en 57 op Twitter). Wel is het aantal onderzochte sociale media accounts klein. Het zou - in theorie - wel kunnen dat daar iets mee aan de hand is, maar er is geen enkele reden om hiervan uit te gaan. De suggestie zou bovendien oneerlijk zijn naar de politie en de hardwerkende vrijwilligers van ZoekJeMee.

Leunt het onderzoek niet op een paar extreme gevallen?
Nee. Op Facebook zie je wel een paar uitschieters, maar het is daar normaal dat een paar posts het veel beter doen dan anderen. Dat heeft te maken met de aard van het medium: een populair bericht wordt aan meer mensen getoond, dus vaker gedeeld, aan meer mensen getoond, etcetera. Zelfs als je deze extreme gevallen wegneemt, blijft er een fors verschil tussen de categorieën wit en niet-wit.

Waarom deze categorieën ?
Het onderscheid tussen wit en niet-wit is aangebracht op basis van de manier waarop mensen nou eenmaal discrimineren. Bijkomend voordeel is dat de categorie groter wordt, en het gevonden effect significanter.

Hoe kun je aan iemands gezicht zien of hij ‘niet-wit’ is?
Eigenlijk waren er maar een paar twijfelgevallen. Vaak is er ook ondersteunende informatie zoals een naam of geboorteplaats, die in dergelijke gevallen kan helpen.

Waarom is gekozen voor deze onderzoeksperiodes?
Dit is gedaan met het oog op de beschikbaarheid van data. Voor @vermistpersoon was het makkelijk om alle tweets die online stonden te downloaden, en gaan de data terug tot 2014. Voor ZoekJeMee was data voorhanden vanaf 2017.

Harstikke goed allemaal, maar de laatste post op @vermistpersoon stamt uit april. Wordt dat account nog wel beheerd?
Het Landelijk Bureau Vermiste Personen laat via een woordvoerder weten van wel. Volgens de politie wordt elke keer zorgvuldig afgewogen of Twitter ingezet wordt bij vermissingen. Berichten over teruggevonden mensen, worden verwijderd. Het kan dus zijn dat er na april over vermisten is getwitterd, maar dat die tweets inmiddels weer zijn weggehaald.