brandpunt+

Even bellen met

Vlees is het nieuwe roken, zegt deze hoogleraar, en dat is goed nieuws

Pete Wu

Jan Rotmans onderzoekt waarom en hoe hele volksstammen in korte tijd hun gedrag en opvattingen veranderen. Zoals het massaal afzweren van roken, of het volgens Rotmans naderende einde van vlees.

Niet geheel verrassend: de vleesindustrie heeft een tamelijk forse schadelijke impact op onze leefomgeving. Om maar met wat kloeke cijfers te strooien: deze industrie stoot 14,5 procent van alle broeikasgassen uit, slurpt een kwart van het drinkbare water op aarde op en tweederde van alle landbouwgrond wordt gebruikt voor grazend vee óf de verbouwing van voer voor deze dieren. En vergeet vooral niet hoe dieronvriendelijk de vleesindustrie eigenlijk is.

Maar carnivoren met knuppels het industriële hoenderhok uit slaan helpt niet, zegt Jan Rotmans, hoogleraar transities aan de Erasmus Universiteit. “We moeten mensen niet dwingen, maar verleiden.”

Jan is gespecialiseerd in dergelijke grootse maatschappelijke transities; in zijn boek Omwenteling beschrijft hij de processen die voorafgaan aan bijvoorbeeld de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energie (waar we nu middenin zitten) en de deeleconomie. De ideale man dus om te vragen hoe dat nu gaat, een mensenmassa een wereld zonder dierenleed in loodsen zonder dat er bloed wordt vergoten.

Hoi Jan. Je schrijft in je boek Omwenteling: mensen zijn verandermoe. Hoe komen we daar overheen?

“Ik zeg al langer: een transitie naar een nieuwe wereld heeft alleen maar kans van slagen als je het van onderop opbouwt, stap voor stap. Ik noem dat evolutionaire revolutie: je begint vanuit een smal en diep draagvlak en bouwt het laag voor laag uit.”

Heb je daar een voorbeeld van?

“Ik deed onderzoek naar de transitie van roken naar niet-roken, hoe dat tot stand kwam en hoe lang het duurde. Vijftig jaar geleden rookte negentig procent van de volwassen mannen in Europa. Die cowboys in reclames en filmsterren deden het, het was stoer. Overal stonden asbakken. Als je niet meedeed, was je een sukkel. Tot de eerste schadelijke effecten van roken en het causale verband met longkanker bekend werden. Toen stopte een klein groepje mensen, een elite, die het niet vond passen bij een gezond leven. Stap voor stap ontstond een gezondheidscultuur met sportscholen en joggen als hobby. Daarna volgde een grotere groep, gevolgd door een volksbeweging die zich fanatiek keerde tegen het roken. Pas tóen kwamen er maatregelen vanuit de overheid – en werd roken verboden in vliegtuigen en op werkplekken. In relatief korte tijd gingen we van klein naar groot.”

“Binnen een paar generaties verdween het stoere beeld van roken, en begonnen we het juist asociaal te vinden. Ik vraag tijdens mijn lezingen altijd wie er nog rookt. In het publiek zitten vooral hoogopgeleiden, daar doet vrijwel niemand het nog. Bij laagopgeleiden rookt ongeveer een kwart. Dat is een goeie les: het gaat in fasen, in groepen en het was een cultuuromslag die niet werd afgedwongen door de overheid, maar vanuit de mensen zelf kwam.”

En is vlees eten dan al het nieuwe voorbeeld dat je in je lezingen gebruikt?

“Ja, want de parallel is er. En het mooiste is: ook deze transitie is cultureel gedreven. Mensen hebben het altijd over de technologie, over de nieuwste vleesvervangers, over kweekvlees. Belangrijk, maar niet de essentie.”

Waar gaat het dan wél om?

“Het gaat om gedragsverandering. Transities worden zelden alleen door technologische vooruitgang gedreven. Het is meer de sociale norm. Om terug te komen op het roken: ik zeg weleens dat mijn moeder rookte toen ze zwanger was van mij. Dat wordt nu gezien als regelrecht crimineel. En het is asociaal om in een kamer met niet-rokers vrolijk een sigaretje op te steken. Met niet-duurzaam vlees gaat het dezelfde kant op.”