brandpunt+

Interview

De springplank van Maartje Wortel

Jeroen Pen

In de rubriek Springplank vertellen bekende en minder bekende Nederlanders wie de bepalende persoon in hun carrière of leven is geweest. Wie ze tot grote hoogte stuwde, of uit een dal lanceerde. Ditmaal: romancier Maartje Wortel (1982), wiens nieuwe boek ‘Dennie is een star’ onlangs verscheen.


“Deze rubriek gaat een beetje over succes en zo, toch? Want dat is allemaal best relatief, als schrijver. Ik heb bijvoorbeeld echt nooit geld [lacht]. Soms fiets ik door de stad en dan zie ik posters van dj’s die gigantisch zijn in een bepaalde belevingswereld. Terwijl ik nog nooit van ze heb gehoord. Ik vermoed dat veel mensen van buiten het boekenwereldje hetzelfde ervaren als ze mijn naam ergens zien.”

“Begrijp me niet verkeerd, schrijven is het leukste dat er is, al was ik ook graag taxichauffeur geworden. Lekker autorijden, en dan mensen die erbij komen en hun verhalen aan je vertellen. Eigenlijk een soort roman zonder dat je het opschrijft. Tegelijkertijd: mijn tante was een tijd taxichauffeur en die werd soms echt bedreigd of seksueel geïntimideerd, of mensen betaalden niet of kotsten de auto onder. In de werkelijkheid is het wat minder romantisch dan zoals ik het me voorstel. Ik houd het wel bij schrijven.”

“Heeft iedereen het in deze rubriek over leraren? Want ik heb een paar springplanken, en het is vast saai, maar de eerste is dus een leraar.”

“Ik ben namelijk heel slecht in Nederlands. Serieus. Spelling en grammatica, dat kan ik eigenlijk nog steeds niet. Mijn eerste springplank was dan ook mijn docent Nederlands op de middelbare, meneer Weijdert. Ik stond er niet goed voor, maar hij keek naar wat ik wél kon: begrijpend lezen. Daar haalde ik altijd tienen voor.”

“Dus zei meneer Weijdert: je kunt je cijfer ophalen, maar dan moet je wel heel veel boeken lezen. En daar vervolgens iets over vertellen aan de rest. Ik mocht zelf verzinnen wat, kreeg veel vrijheid. Stond ik daar een soort uit de hand gelopen spreekbeurt te houden over de subtekst van Turks Fruit. Boeken zijn een beetje nerderig, ik was best bang dat ik voor lul zou staan. Gelukkig werd ik niet gepest dus ik had nog een soort speelruimte en kwam ermee weg. Sterker nog, mijn klasgenootjes vonden het leuk. Meneer Weijdert keek naar wat ik nodig had als mens, zonder het curriculum heilig te verklaren. Daar ben ik hem erg dankbaar voor.”


“Of ik daarna een modelstudent ben geworden? Nou, nee. Bij de School voor Journalistiek werd ik weggestuurd omdat ik te veel verzon. Daarna volgde de opleiding Taal & Beeld aan de Rietveld Academie, waar ik werd weggestuurd omdat ik te ongeconcentreerd was.”

“Ik vond het moeilijk om mezelf serieus te nemen, toen. Gelukkig had ik op de Rietveld een docent, filmmaker Coco Schreiber, die dat wél deed. Zij zag dat ik vooral handelde uit onzekerheid. Coco bood me een groot atelier aan in Amsterdam, aan het IJ, voor maar 100 euro per maand. ‘Ga maar rustig schrijven,’ zei ze. En zo geschiedde. Uiteindelijk heb ik dat atelier tien jaar gehuurd.”

“Wacht, ik heb nog een springplank, iemand van de publieke, dat is leuk. Ik kreeg namelijk een wekelijkse column op de radio, bij De Avonden (de voorganger van VPRO’s Nooit Meer Slapen, red). Eindredacteur Lotje IJzermans gaf me een podium, maar vooral: vertrouwen. Ze creëerde ruimte voor me om een beetje te klooien. Zo van: we weten niet wat het wordt, we weten niet óf het wat wordt, maar doe maar gewoon. Kijk maar effe. Die mentaliteit, die is zo belangrijk. Bij de publieke omroep is dat nu veel minder, volgens mij. Kunnen jullie dat niet wat meer gaan doen?”

Maartje Wortel (1982) werd geboren in Eemnes. In 2009 verscheen haar eerste boek, de verhalenbundel Dit is jouw huis. Daarmee won ze de Anton Wachterprijs voor het beste schrijversdebuut. Haar zesde boek, Dennie is een star, verscheen vorige week. Ik las ‘m vast en vond het een nogal geweldige roman. Meer over Dennie is een star lees je bij uitgeverij Das Mag.

Headerillustratie: Hannah Vischer