brandpunt+

Kan beter

Kunnen we seksuele voorlichting alsjeblieft moderniseren?

Ylja Band

Denise Retera

We hebben allemaal seksuele voorlichting gehad, en er bijna allemaal indrukwekkend weinig van geleerd. Hoe kunnen we dat beter regelen, in een tijdperk waarin jongeren er lustig op los sexten? Vijf aandachtsgebieden onder de loep.

Een filmpje en een condoom. Meer is me niet bijgebleven van mijn seksuele voorlichting op school. Het destijds al verouderde voorlichtingsfilmpje ging over soa’s, de eerste zaadlozing van de man en de eerste menstruatie van de vrouw. Toen de vrouwelijke hoofdpersoon voor het eerst bloed in haar onderbroek had, kreeg ze taart van haar ouders. Dat een meisje, net als een jongen, ook kon klaarkomen, leerde ik niet uit het filmpje – daar kwam ik later pas achter. Inmiddels vraag ik me af: waarom is vruchtbaarheid meer taartwaardig dan seksueel plezier?

De seksuele voorlichting heeft zich de afgelopen vijftig jaar, met ups en downs, positief ontwikkeld. Praten over anticonceptie en soa’s werd uit de taboesfeer getrokken, en inmiddels worden ons geen verhalen over bloemetjes en bijtjes meer voorgeschoteld, maar films met mensen van vlees en bloed.

Toch laat de voorlichting nog steeds veel te wensen over. Dat blijkt althans uit onderzoek van Rutgers en Soa Aids Nederland. Jongeren beoordelen de seksuele opvoeding die ze op school krijgen met een 5,8. Nu zullen de meesten wiskunde ook geen 10 geven, maar in het geval van seksuele voorlichting missen de lessen aantoonbaar concrete informatie. Leerlingen leren vooral over anticonceptie, voortplanting, soa’s en hiv. Onderwerpen als seksueel grensoverschreidend gedrag, seksuele diversiteit, seksueel plezier en seks in de media blijven goeddeels achterwege.

Dat moet anders, als ik zo vrij mag zijn, en seksuologe Ellen Laan (1962) is het met me eens. Zij werd wereldberoemd met haar onderzoek naar de vrouwelijke seksualiteitsbeleving en samen met Rik van Lunsen schreef ze een boek over seksueel plezier. Kijk hier haar aflevering van College Tour terug, maar lees gerust eerst hier wat jij allemaal hebt gemist bij de indrukwekkend povere voorlichting die je als jongeling voorgeschoteld kreeg.

Het vrouwelijk orgasme

Als ik Laan aan de lijn heb en de woorden ‘vrouw’ en ‘seks’ laat vallen, valt op dat haar expertsie ligt op de seksualiteitsbeleving van vrouwen in heteroseksuele seks en hoe deze positief kan worden veranderd. Daarom een kleine disclaimer: dit artikel is nogal heteronormatief, wat niet wegneemt dat Laan van mening is dat er binnen de seksuele voorlichting veel meer aandacht besteed moet worden aan seksuele diversiteit.

Laan: “Ik scrolde ooit wat op de website van Soa Aids Nederland en daar stond iets van: ‘Meisjes hebben veel langer nodig om opgewonden te worden.’ Nou, dat is al niet waar. En er stond: ‘Als je niet vochtig genoeg bent, kun je glijmiddel gebruiken.’” Hoewel dit een decennium geleden is, zegt Laan dat het exemplarisch is voor wat er misgaat bij de vaderlandse seksuele voorlichting. Namelijk: de focus ligt op penetratie, en de daaruit volgende boodschap is dat het meisje zich moet aanpassen aan de jongen. Glijmiddel zegt eigenlijk: als je nog niet vochtig genoeg bent, moet er toch een piemel in.”

Volgens Laan is het heel belangrijk dat jongeren meer leren over de anatomie van het vrouwelijk geslachtsorgaan, zodat de orgasmekloof tussen man en vrouw (in heteroseks komen mannen veel vaker aan hun trekken dan vrouwen) kleiner wordt.

Daarom een voor sommigen schokkende mededeling: de penis is de minst effectieve manier om het vrouwelijk geslachtsorgaan te stimuleren. Er moet vooral iets met de clitoris worden gedaan. Dat kan weliswaar ook vaginaal, maar ook dan is niet de penis maar de vinger het beste gereedschap. “Als je met je vinger een soort ‘kom hier’-beweging maakt, raak je de zogenaamde G-spot. Het is eigenlijk gewoon de achterkant van de clitoris die je met deze beweging prikkelt,” legt Laan uit.

Pret in bed (of daarbuiten)

Tien procent van de vrouwen heeft pijn bij geslachtsgemeenschap. Dit zijn vooral jonge meiden die doordrongen zijn van het idee dat seks draait om penetratie - en van het idee dat ze geen echte vrouw zijn als ze dit niet kunnen faciliteren. Laan: “De mens beschermt zich tegen zowel fysieke als mentale pijn met een verhoging van de spierspanning. Met andere woorden: hoe vaker een vrouw zich door penetratiepijn heen bijt, hoe meer haar bekkenbodemspieren zich zullen aanspannen tijdens de daad. Zo wordt seks dus steeds pijnlijker.”

Met als gevolg dat sommige jonge vrouwen zelfs een smoes verzinnen om maar niet uit de kleren te hoeven. Tip voor hen: doe niet alsof je hoofdpijn hebt, maar neem de regie over. Alleen jij kunt voelen of je fysiek klaar bent voor penetratie. En ben je dat niet? Dan kun je zijn vingers de weg wijzen; misschien kom je wel klaar.

Overigens is het ook oké als je níet klaarkomt. Seksuele voorlichters moeten dan ook niet (onbedoeld) prestatiedruk opleggen bij leerlingen. En dat geldt zowel voor meisjes als voor jongens. “Ja, die denken bijvoorbeeld dat ze al een erectie moeten hebben voordat ze met seks beginnen. Alsof zin in seks uit de lucht komt vallen. Ik zeg altijd maar: ‘Van vrijen krijg je zin," vertelt Laan.

Sociale context en seksuele weerbaarheid

Ook in hoe we tegen het seksuele plezier van anderen kijken, moet het nodige veranderen. Nog steeds hanteren halve volksstammen de aloude moraal: ‘Man stoer, vrouw hoer.’ Slutshaming dus. Laan vindt dat hier veel meer aandacht aan moet worden besteed. “Meisjes worden in hun seksuele opvoeding ontmoedigd om hun lichaam te verkennen. Vrouwen die dit wel doen en openlijk geïnteresseerd zijn in seks, worden nog steeds als slet gezien.”

Sociale media vormen het ideale podium voor een onvervalst potje slutshaming, waarbij naaktfoto's ongegeneerd worden rondgestuurd. Vaak krijgt sexting hier de schuld van - dan had je zo ook maar niet moeten maken en versturen - maar dat is onzin volgens Laan. “Dat is gewoon victim blaming. Sexten is voor de meeste jongeren een leuk en spannend onderdeel van hun ontwikkeling. Het probleem is dan ook niet het sexten zelf, maar wat er daarna kan gebeuren. Het probleem ligt bij de verdere verspreiders van zulke foto's.”

Als opvoeder is het dus belangrijk om meisjes aan te sporen hun lichaam seksueel te ontdekken en open te staan voor vragen hierover. Dit beschermt de jonge vrouwen ook tegen (ongewenste) grijpgrage handen en andere grensoverschrijders. Laan: “Veel ouders denken: hoe meer ik mijn kinderen over seks leer, hoe groter de kans is dat ze in zeven sloten tegelijk lopen. Maar er is veel bewijs dat het omgekeerde waar is. Voed je meisjes op tot autonome, assertieve volwassenen, zou ik dan ook zeggen.” En je jongens natuurlijk, want zij zijn niet immuun voor #MeToo-ervaringen, zoals nog weleens wordt gedacht.

Zoveel verschillen we nou ook weer niet

“Bij seksuele voorlichting moet worden benadrukt dat mannen en vrouwen vooral gelijk zijn," zegt Laan. "Eigenlijk is alleen het genitale eindorgaan verschillend: de man heeft een penis en de vrouw een vulva. Dat is helemaal niet zo belangrijk, maar wel de reden waarom jongens en meisjes nu totaal andere dingen leren. De seksuele voorlichting is nog te veel doordrongen van de culturele en maatschappelijke normen die te maken hebben met mannelijkheid en vrouwelijkheid."

Een voorbeeld van zo’n norm is het aloude cliché dat mannen moeten ‘jagen’. Laan vermoedt dat veel jongens hier onzeker van worden, omdat ze zich helemaal niet prettig voelen bij deze rol, wat funest is voor hun seksuele ontwikkeling. “Als je onzeker bent, trek je je terug, of ga je je juist heel stoer gedragen." Beide niet bepaald handig, zegt Laan. "In het eerste geval leer je niks, omdat je niet durft te experimenteren. In het tweede geval is de kans groot dat je seksuele interacties onplezierig maakt, door je op te dringen aan iemand of zelf je grenzen niet duidelijk aan te geven.”

Nog even over seksuele diversiteit

Het moet dus anders. Gelukkig zijn er al een aantal pioniers op het gebied van moderne seksuele voorlichting, zoals de werkgroep Seksuele Gezondheid en Rechten, een tak van de International Federation of Medical Students’ Associations Nederland (IFMSA-NL). Hier krijg je geen biologieleraar op leeftijd die onhandig voordoet hoe je een condoom om een banaan friemelt, maar laten jonge studenten op toegankelijke wijze zien hoe het allemaal daadwerkelijk in z'n werk gaat.

IFMSA-NL biedt scholen een basisles en verschillende themalessen aan. Een veelgevraagd thema is diversiteit. Kirsten van Eck, coördinator van de seksuele voorlichtingsprojecten, heeft de diversiteitsles regelmatig gegeven. “We beginnen altijd met het tekenen van de genderbread man op het schoolbord. De hersenen van dit poppetje, dat de vorm heeft van een gingerbread cookie, verbeelden zijn genderidentiteit. Zijn hartje staat voor zijn seksuele voorkeur, zijn handje voor genderexpressie en we tekenen een rondje rond zijn geslachtsdelenplek voor z'n sekse.”

Verder draait de les vooral om discussie. Leerlingen moeten bijvoorbeeld met elkaar in gesprek over stellingen als: ‘Ik zou niet logeren bij een meisje dat of een jongen die homoseksueel is.' Van Eck: “Het lijkt dan echt alsof er een wereld opengaat voor die jongeren. Je merkt dat ze al veel in aanraking zijn gekomen met seksuele diversiteit, maar nog niet precies weten hoe het nou allemaal zit, en wat het zoal betekent.”

En dat is precies het punt: die jongeren gaan op een gegeven moment sexten, verliefd worden en daadwerkelijk seks hebben (niet per se in deze volgorde). Waarom lichten we ze dan niet beter voor om die ervaringen zo prettig mogelijk te maken?

Goed, dan nog even over het voorlichtingsfilmpje waar ik dit stuk mee begon. Na meerdere telefoontjes en een mail-uitwisseling met mijn middelbare school (en zelfs een Facebookbericht naar mijn oud-mentor) is het me nog steeds niet gelukt om het op te duiken. Jammer, want ik had het graag met jullie gedeeld en vermoed dat het best grappig is om terug te kijken. Toch zie ik dit als een positief gegeven: ik heb me seksueel ontwikkeld, maar de seksuele voorlichting net zo goed. Dat neemt overigens niet weg dat we ontevreden moeten zijn met de huidige zesjescultuur van de Nederlandse seksuele opvoeding. Ik zeg: bijles.