brandpunt+

Interview

We moeten weer leren repareren in plaats van weggooien, zegt deze vrouw

Josette Kootstra

Wat begon als een door irritatie gedreven pop-up buurtbijeenkomst in Amsterdam West groeide uit tot een van de motoren achter de wereldwijde ‘right to repair’-beweging. Martine Postma, bedenker en oprichter van de Repair Cafés, vertelt over haar succes. “In nog geen tien jaar tijd van één Repair Café naar 1550 vestigingen in 33 landen.”

Een van de vrolijke, gepensioneerde vrijwilligers in het Repair Café legt geduldig uit welk draadjes van het koffiezetapparaat precies zijn losgesprongen. Dat ding is onmisbaar tijdens haar ochtendritueel, zegt de eigenares van de kapotte Senseo. Het móét worden gefikst. De gedeelde interesse in het herstel van het beschadigde apparaat schept een band: zijn kennis en handigheid komen weer eens van pas, zij heeft er wat aan – én het is best gezellig. Of het nu in een verzorgingsflat is, een buurthuis of een leegstaand theater: als je een Repair Café binnenloopt, is de sfeer goed.

“Voor de meeste mensen aan tafel is het een eyeopener,” vertelt Martine Postma, bedenker en inmiddels directrice van Stichting Repair Café. “Ze denken dat iets niet meer gerepareerd kan, en dan zit er plotseling iemand tegenover hen met heel waardevolle kennis. Zo leer je niet alleen anders kijken naar producten, maar ook naar elkaar.”

Prima bijvangst, zo’n gezellige ontmoeting, maar het gaat Martine vooral om iets anders. Vanuit haar huiskamer zag ze week in week uit mensen spullen bij het vuil zetten die daar in haar ogen niet hoorden, maar gewoon gerepareerd konden worden. “Bergen zogenaamd afval: computers, meubels, poppen, kleding, speelgoed – terwijl iemand er nog gebruik van kan maken.” Niet normaal, en heel slecht voor het milieu: grondstoffen worden uitgeput en het milieu raakt vervuild door de productie van onnodige, nieuwe producten. Ze was de wegwerpmentaliteit zat. “We zijn het repareren verleerd.”

Vastberaden hier iets aan te doen, besloot Martine in een oud theater in Amsterdam-West een middag te organiseren waarop mensen hun kapotte apparaten konden laten repareren door vrijwilligers. “Ik had er rekening mee gehouden dat helemaal niemand zou komen”, zegt ze. “Maar al een half uur voor dat we begonnen kwamen mensen met zware tassen aan zetten: ‘Zijn we hier goed voor het Repair Café?’” De groep reparateurs bestond uit een meubelmaker, een fietsenmaker, iemand die kleding herstelt, en – de grote hit – een man die elektrische apparaten opknapt. “De hele dag stonden mensen voor hem in de rij. Ze begonnen zich zelfs druk te maken over voordringers.”

Toen er om vijf voor vijf nog iemand met een kapotte staafmixer binnenkwam, wist Martine dat het niet bij deze ene keer kon blijven. Het Repair Café was here to stay.

Nu, amper tien jaar later, vind je wel rond de 1500 Repair Cafés, verdeeld over 33 landen. In Duitsland, bijvoorbeeld, in Frankrijk, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, en zelfs Japan. Martine’s concept valt op: de New York Times bracht er verslag over uit, Al Jazeera maakte een reportage in Amsterdam, ze was te horen in een Zuid-Afrikaanse ochtendshow, op de Poolse radio en ze was te zien bij de Oekraïense televisie.

Natuurlijk bracht dit ook andere mensen op een idee. Maar gelukkig wist Martine haar concept veilig te stellen door een gedetailleerde handleiding voor het opstarten van een Repair Café online te zetten. Iedereen overal in de wereld hoeft nu niet opnieuw het wiel uit te vinden, maar kan voor nog geen vijftig euro alle tips en tricks en do’s en don’ts downloaden: hoe vind je lokale vrijwilligers, hoe vind je de juiste locatie, welk gereedschap heb je nodig, hoe zorg je voor publiciteit en subsidies – met natuurlijk haar logo, posters en flyers meegeleverd. En niet onbelangrijk: bezoekers moeten van tevoren voorwaarden lezen en ondertekenen. Want als er een verkeerd stekkertje wordt aangesloten, zijn ze niet aansprakelijk. In Nederland zitten verspreid door het land inmiddels 500 Repair Cafés.

Bij het Repair Café in Silicon Valley stonden driehonderd mensen op de stoep. Een van de reparateurs was Apple-legende Dan Kottke. Gek, als je er even over nadenkt: de producten van Apple zijn zelf vrijwel nooit te repareren. Wanneer alles is vastgelijmd zodat het niet meer open te schroeven is, zoals bij Apple, dan gooien mensen het liever weg of ruilen ze het in. Daarbij zijn Apple-producten vaak zo ingenieus en ondoorgrondelijk in elkaar gezet, dat zonder tekst en uitleg van de fabrikant een eigenhandige reparatie vrijwel onbegonnen werk is. De fabrikanten weigeren daarbij hun reparatiehandleidingen prijs te geven – ook niet aan vrijwilligers in de Repair Cafés.

Martines voornaamste doel lijkt dan wel bereikt – we leren weer repareren – maar van de wegwerpmaatschappij zijn we nog lang niet af, zegt ze. Ook bij producenten en overheden moet de knop om. Niet alleen bij de stiekeme genieën van het dure Apple: zolang de aanschaf van een spiksplinternieuw product vrijwel altijd gemakkelijker en goedkoper blijft dan het oude (laten) repareren, zal de afvalberg blijven groeien. “Nu maken fabrikanten producten die net goed genoeg zijn om door tests heen te komen,” legt Martine uit. “Maar niet zo goed dat je er eindeloos mee kunt doen. Dus eigenlijk produceren ze zo slecht mogelijk.”

Dus zet Martine een volgende stap: van het Repair Café naar een wereldwijde Right to Repair-beweging. Ze werkt samen met het Amerikaanse iFixIt, dat een soort reparatie-Wikipedia voor reparaties heeft opgezet, waar iedereen zijn of haar kennis en fix-ervaringen kan delen. iFixit lobbyt bij het Amerikaanse congres en het Europees Parlement voor wetgeving die fabrikanten dwingt hun producten zo te maken dat ze weer gemaakt kunnen worden als er iets aan stuk gaat. Zo ligt er in Brussel een voorstel om een verbod uit te vaardigen om de batterijen van smartphones vast te lijmen aan de behuizing van het apparaat.

Of hun voorstel het gaat halen weet ze niet, maar Martine is vastberaden met de reparatiebeweging de hele wereld voor zich te winnen. Er staan in elk Repair Café nog altijd lange rijen voor de tafel van het elektra-mannetje. “Dat is een signaal”, zegt Martine. “Zo denken mensen dus over de wegwerpmaatschappij. Die volgende stap gaat er zeker komen.”

Meer weten over Nederlandse initiatieven die iets doen aan de wegwerpmaatschappij? Kijk hieronder de uitzending van 1 mei 2018: