brandpunt+

Interview

Religie heeft nut, zegt deze ooit anti-religieuze hoogleraar

Pete Wu

Stephen Asma stond bekend als enfant terrible van de religiecritici, maar zag het licht. Pete vroeg hem hoe het kan dat hij besloot op de bres te springen voor religies, ten tijde van jihadoorlogen en kindermisbruik in de kerk. Nou: “Religie was cruciaal voor de overleving van homo sapiens.”

Toen ik jonger was, geloofde ik niet in God of een hogere macht. Ik en mijn sibbelingen werden opgevoed in een areligieus migrantengezin, vlakbij de grens met België, en we zouden uiteindelijk alle drie een wetenschappelijke opleiding volgen. Het enige wat in de buurt kwam bij een ritueel thuis was het uitstallen van borden zelfgemaakt eten op oudejaarsavond – meer een sociaal ingebakken gewoonte dan een spiritueel beladen gebeurtenis.

En toch, toen ik er op jonge leeftijd achter kwam dat ik vlinders in mijn buik kreeg als ik in de buurt van een jongen uit mijn klas kwam, knielde ik bij mijn bed en bad, als vanuit het niets, met twee in elkaar gevlochten handen, als wrijvend over een wonderlamp: laat me niet anders zijn. Het was een stille kreet, machteloos en wanhopig: alleen een hogere macht zou het onmogelijke nog mogelijk kunnen maken: laat me geloven dat als ik heel hard en heel vaak doe alsof, ik ook zo word.

Is het vreemd dat ik me tot iets wend waar ik nooit in heb geloofd? Nee hoor, zegt de Amerikaanse filosofieprofessor Stephen T. Asma van Columbia College Chicago, aan de telefoon. Hoewel bidden (voor onder andere christenen) vaak een manier is om in contact te staan met God, had mijn spirituele uitstap meer te maken met het aanspreken en ordenen van mijn emotionele belevingswereld. In Stephens boek Why We Need Religion legt hij uit dat religies dat binnen bepaalde contexten heel goed kunnen.

Als je Stephen even googlet, dan kom je er snel achter dat hij met zijn boek een heel andere richting in slaat binnen zijn oeuvre. Stephen staat namelijk in het illustere rijtje denkers en humanisten van de Who’s Who In Hell uit 2000 voor zijn bijdrage aan het debat tégen het geloof. 

Stephen! Kun je wat meer vertellen over het moment waarop je wisselde van kritische stukken over religie naar dit boek, waarin je stelt dat we religie juist nodig hebben?

“Ik weet niet of er echt één bepalend moment was, hoor. Er waren paar ingrediënten voor nodig. Ik ben zelf Rooms-Katholiek opgevoed en heb meerdere aspecten van het boeddhisme bestudeerd toen ik op de universiteit zat. En ik heb in mijn dertigerjaren gereisd en gewoond in boeddhistische landen als Cambodja, Laos, Thailand en China, waar ik een andere kant van religie zag: religieuze ervaringen gaven de mensen daar therapeutische ondersteuning op moeilijke momenten in hun levens.”

“En ik studeerde neurowetenschappen, en was gespecialiseerd in emoties. Door mijn studie begon ik te begrijpen hoe de emotionele huishouding van mensen en andere zoogdieren werkt, en zag ik dat juist religie dit goed kan, dat huishouden. Mijn gedachten over religie zijn dus vooral in de laatste vijf of zes jaren veranderd.”

“Mensen met privileges moeten voorzichtig zijn met hoe zij religieuze mensen beoordelen.”
Stephen Asma

Wat deed je besluiten er een heel boek over te schrijven? 

[lacht] “Ik dacht dat er maar twee religieuze gemeenschappen waren: de gelovigen, die geloven in de [letterlijke] waarheid van hun specifieke religies en denken dat Jezus werkelijk de zoon van God is of dat Mohammed echt de laatste boodschapper is, en de nieuwe atheïsten, die luisteren naar religiekritische mensen als Christopher Hitchens, Richard Dawkins en Sam Harris.”

“Maar dat is niet zo: ik zag een grote groep tussen deze twee extremen in. Dat zijn mensen zoals ik, die best wel agnostisch zijn; we zijn niet overtuigd van één bepaalde religie en niet dogmatisch over het christendom of boeddhisme, maar we zien wel de waarde van religie en hebben er respect voor. Hoe meer ik erover praat, hoe meer ik me realiseer dat deze middengroep de grootste is. Extremere perspectieven krijgen gewoon meer aandacht.” 

“Dus wil ik met dit boek een stem geven aan de mensen die religie niet verwerpen als iets doms. Wij [als groep] zitten aan de sceptische kant. We hebben wetenschappelijk onderwijs gekregen, dus de wat naïevere claims binnen religie zijn voor ons moeilijk te bevatten.”

Ik verwerp religie niet als iets doms, maar ik vind sommige geloofsovertuigingen wel moeilijk.

“Bij veel mensen die religie praktiseren gaat het niet om wat hun beliefs zijn, maar om religie als een sociale activiteit: je gaat naar de tempel, de kerk, de synagoge, de moskee, en je gaat om met andere mensen die zich (net als jij) op een religieuze manier gedragen. Dit gedrag is veel belangrijker dan het geloof, denk ik. Het is wel mogelijk dat gelovigen vreemde geloofsopvattingen hebben, hoor, maar daar ben ik niet in geïnteresseerd.”

Het gaat jou dus niet om dat mensen geloven in een persoon die op een troon in de hemel zit, maar om alles wat daarbij komt kijken.

“Ja. Je krijgt alle voordelen van religie mee, ook al heb je twijfels over het bestaan van God. En als Hij niet bestaat – wat waarschijnlijk zo is – dan nog heeft religie voordelen: het biedt troost aan bepaalde vormen van lijden, het vermindert stress en kans op depressies, het werkt als een lijm binnen een gemeenschap, het geeft betekenis aan je leven en brengt hoop. Religie stuurt bovendien emoties als angst en agressie aan zodat je wat aan ze hebt. Het doet al deze dingen met je, of God er nou is of niet.”

Zoals je al zegt in het boek: religie hoeft niet per se hout te snijden om nuttig te zijn. Is dat de geheime superkracht?

“Ja! Denk ook aan muziek, bijvoorbeeld. Als Mozart een opera schrijft waarin een magische fluit kan zingen, dan nog kan ik er plezier uit halen, ook al weet ik dat magische fluiten niet bestaan.”

“Vanuit antropologisch oogpunt is geen seks voor het huwelijk niet… heel verschrikkelijk.”
Stephen Asma

Vind je het seculiere liberalisme dan geen religie? Ik bedoel, mensen kunnen ook troost halen uit bijvoorbeeld muziek en kunst.

“Het seculiere liberalisme heeft zeker ook eigenschappen van religie, hoor, en het probeert ook een paar van diezelfde doelen te behalen. Maar ik denk dat we soms vergeten hoe de andere helft van de wereld leeft: jij in Nederland en ik in Chicago wonen in relatief welvarende landen, maar meer dan de helft van de wereld leeft op twee dollar per dag. Bij hen speelt religie een veel waardevollere rol in hun leven, want ze hebben niet onze alternatieven: als ik me een beetje down voel, dan kan ik naar een museum om wat schilderijen te bekijken, daarna ga ik misschien naar een concert of naar de gezondheidskliniek om bijvoorbeeld antibiotica te halen. Meer dan de helft van de wereld heeft geen toegang tot deze dingen, maar wel tot religie.”

Dus niet-religieus zijn kun je zien als een privilege?

“Niet altijd, maar meestal wel. Ik denk dat mensen met privileges voorzichtig moeten zijn met hoe zij religieuze mensen beoordelen. Ik vergelijk het altijd zo: er is een persoon die verdrinkt, maar hij of zij kan zich nog net vastgrijpen aan een drijvend stuk plastic. Iemand uit een welvarend land roept dan: ‘Wat verschrikkelijk dat je plastic gebruikt om te overleven! Je had ook kunnen kiezen voor groenere reddingsmiddelen, ontworpen door Elon Musk! Maar we hebben er eigenlijk maar een paar van, en ze zijn alleen hier in het westen te verkrijgen, dus succes.’ Het plastic is in dit geval natuurlijk religie. Dit is wat er volgens mij mis is met de critici van culturele religies: zij zien hun bevoorrechte posities niet.”

Als we het over ons emotionele huishouden hebben, zoals je zegt in je boek, waarom is religie dan zo handig?

“Er zijn vormen van lijden die jij en ik zullen ervaren, waar geen wetenschappelijke of medische verzachting voor is. Als je kind terminale kanker krijgt, bijvoorbeeld; daar kunnen wetenschappers niks meer aan doen. Er zijn talloze voorbeelden van mensen die welvarend en hoogopgeleid zijn, maar toch lijden. Mensen zijn kwetsbaar, niet alleen in het geval van ziektes, maar bijvoorbeeld wanneer mijn naasten lijden en ik daarom ook. Religie kan daarin heel nuttig zijn.”

Je schrijft ook ergens dat religie cruciaal was voor het overleven van homo sapiens.

“Ja. In de evolutie van de mens is vooral de rol van cultuur een belangrijke factor geweest. Ten opzichte van andere dieren zijn we niet bijzonder snel, en we hebben geen grote tanden of klauwen, maar door cultuur konden we ons toch verspreiden over de wereld in relatief korte tijd. Cultuur en religie waren heel nuttig in grote groepen, want het houdt je emoties en impulsen in toom. Door religie heb je niet zomaar seks met wie je maar wilt, je vermoordt iemand niet zomaar omdat je boos bent, en je beschermt niet alleen je eigen familie, maar iedereen binnen je geloofsgroep.”

“Je seksuele verlangens, bijvoorbeeld, drijven je tot voortplanting. Goed voor de groep, tot je een grens over gaat door seks te hebben met wie en wanneer je maar wilt. Dan komt de sociale groep in opstand. Religie vertelt ons in dit geval verschillende verhalen over verlangen en libido. Het is eigenlijk een lijst waarop staat hoe je je emoties kunt beheersen: houd van je buren, wees bescheiden op seksueel gebied, houd je boosheid onder controle, temper je behoeften. Als dat lukt, kun je samenwerken.”

“De vijandigheid van jouw generatie tegenover religie komt vooral uit de vraag: waarom is er zoveel corruptie binnen religieuze instituten?”
Stephen Asma

Maar religie kan daarin ook te ver gaan, toch? In bepaalde stromingen van het christendom heerst een vijandige houding tegenover je eigen lichaam, en in sommige sekten wordt mensen geleerd hun verlangens zelfs te haten.

“Sommige verhalen zijn gezond, hoor, zoals dat je je maagdelijkheid bewaart voor het huwelijk omdat God dat wil. Het klinkt wat conservatief en conventioneel, maar vanuit een antropologisch oogpunt is het niet verschrikkelijk. Maar je hebt gelijk, soms is het niet gezond en is het iets waartegen gevochten moet worden. Je moet aan emoties denken alsof ze een draaiknop zijn: draai je de ene kant op dan versterk je ze, draai je de andere kant op, beheers je ze. Voor gezonde emoties heb je een goede balans nodig, en voor die balans zorgt religie.”

En emoties die ontstaan door religie? Ik kan me voorstellen dat religie bijvoorbeeld een manier is om een te scherp onderscheid te maken tussen goed en kwaad. En door religie gevoede angst voor (en haat tegenover) ‘de ander’ zijn ook emoties.

“Ik ben niet naïef: ik weet dat religie verschrikkelijke dingen heeft veroorzaakt. Ik voel me niet verplicht om alles rondom religie te verdedigen, maar een manier om ‘ons’ van ‘hen’ te onderscheiden, is historisch gezien heel waardevol geweest – tot recentelijk dan. Nu leven we in een wereld van globalisatie en digitale verbinding, en zien we dat dit zwart-witdenken problemen veroorzaakt. Dat komt niet per se alleen door religie. Kijk maar naar ons in Amerika: onze politiek is zo tribal. Het zwart-witdenken lijkt eerder menselijk dan religieus.”

“Religie brengt nog echt mensen bij elkaar. Dat is misschien moeilijker voor jouw generatie.”
Stephen Asma

Het tribal idee van gemeenschap is volgens mij ook nog een belangrijke factor, als je het hebt over de aantrekkingskracht van religie in deze tijden.

“Religie brengt nog echt mensen bij elkaar, en creëert sterkere banden. Dat is haar belangrijkste ingrediënt. Dat is misschien moeilijker voor jouw generatie: veel mensen van jouw leeftijd leven meer geïsoleerd en meer in de digitale wereld. Je hoeft niet meer naar buiten, alles kan online. Zelfs spiritualiteit is meer een individueel iets geworden: je kunt een app downloaden om te mediteren. Terwijl religie juist aantrekkelijk is als sociale wereld.”

Ik kan me niet voorstellen dat mensen in mijn omgeving ineens religieus worden omdat ze iets missen in hun leven, vooral omdat religie daar een nogal slechte naam heeft.

“De vijandigheid van jouw generatie komt vooral voort uit de vraag: waarom is er zoveel corruptie binnen religieuze instituten? Kijk naar het kindermisbruik binnen de katholieke kerk en hun doofpotpraktijken, naar de jihad van de islam. Dat moet stoppen, het moet transparanter worden, minder corrupt. Ik denk dat we religie moeten hervormen tot het idee dat zij er zijn om ons menselijker te maken, niet onmenselijker. Pas dan wordt religie misschien wat aantrekkelijker. Want het kan je zoveel brengen."

“En dat zeg ik, die ooit zo'n kritisch tegengeluid was. Inzien hoe nuttig religie is kan dus nog wel. Bij mij begon het voorwerk hiervoor al tien jaar geleden, maar ik zie nu eindelijk de waarde van religie in.”