brandpunt+

Interview

Hoe groot is de vaderlandse plastic soep? Deze vrouwen zoeken het uit

Dirk Mostert

Anouk Burgman

Driftig struinen ze door het riet dat de Maas omringt. Jetske heeft haar handen vol: een Fanta-fles uit 2010, een bakje van afhaal-Chinees, plastic bolletjes en wat lege zakjes snoep. Jara, bewapend met pen en kladblok, noteert alles. De missie van de vrouwen: de omvang van de plastic soep in Nederlandse rivieren in kaart brengen, vóór het te laat is.

Waarom ze dit doen? Welnu, voor een groot onderzoek dat duidelijk moet maken hoe groot de omvang van de plastic soep in de vaderlandse rivieren is.

Want hoeveel troep er daadwerkelijk door de vaderlandse wateren dobbert, is momenteel een raadsel. Merkwaardig, gezien de hoeveelheid aandacht die er ook hier aan de plastic soep elders wordt besteed. Dat moet anders, en snel een beetje, vinden de Jara’s en Jetske’s van deze wereld. Want in hoeverre is de rivier, van oudsher een kraan naar de zee, verworden tot afvoerput naar diezelfde zee?

Jetske Thielen en Jara Matto horen bij de tweehonderd vrijwilligers die begin dit jaar bij natuurorganisatie IVN zijn opgeleid tot plastictellers om deze vraag te beantwoorden. De vriendinnen zullen samen met hun kinderen Juna (7), Maes (7) & Mila (5) tot 2023 twee keer per jaar elk deeltje plastic turven dat ze aan de over kunnen vinden. Tijdens een spoedopleiding leerden ze hoe je soorten plastic kunt herkennen. Ze hebben een stuk oever toegewezen gekregen over een lengte van honderd meter. Daar wordt de meest minuscule troep uitgepluisd, de plasticdetectives ontgaat niets. We spraken de twee over hun werkzaamheden.

Jetske en Jara, jullie zijn dus onze nationale plastic tellers, waarom doen jullie dit eigenlijk?

Jara: "Ik maak me zorgen over hoe we omgaan met ons landje. Want ik denk: shit.”

Ze houdt even haar hand voor de mond, kijkt even geschokt als beschaamd naar haar kinderen en vervolgt dan: “Ik wil iets doen.”

Jetske houdt een volle zak met zwerfplastic op: “Dit willen we meegeven, letterlijk.”

Waarom liggen die rivieroevers volgens jullie vol met plastic? Wat gaat er fout?

Jetske: “We vergeten soms op welke manier we omgaan met de planeet. Kijk maar naar de plastic soep in de oceanen met eilanden zo groot als Spanje, Frankrijk en Portugal samen. Bizar. Gelukkig zijn er mooie initiatieven voor om het probleem om te lossen. Daar kijk ik met heel veel bewondering naar. Alleen: daar kan ik zelf niks aan bijdragen. ”

Jara: “Bij dit onderzoek draait het om de inzet van de burger. Naast bewustzijn creëren voor onszelf en onze kinderen, worden de resultaten ook ingezet voor de wetenschap.”

Jullie zijn wat men noemt citizen scientists.

Jetske: “Klopt. Door een grote community van betrokken vrijwilligers te gebruiken, kan je veel informatie verzamelen. Met onze turflijst werken we op een wetenschappelijke manier. We inventariseren welke soorten afval we vinden, maar ook vervolgens hoe groot of klein het stuk plastic puin is.”

Jara: “Juist omdat mensen op lokaal niveau opereren, levert het veel data op. Wij doen het hier langs een stukje Maas waar wij ons verbonden mee voelen, anderen doen het langs de Waal. Wij kunnen hier makkelijk naar toe en het gaat ons juist aan het hart als het slecht met dit stukje natuurgebied, ons stukje. In de vijf jaar dat we als burgerwetenschappers gaan werken, kunnen we goed zien of het probleem erger wordt.”

En wat verwachten jullie: wordt het erger?

Jara: “Natuurlijk, want plastic verteert niet. Het blijft in ons systeem zitten. De afvalhoop wordt steeds groter.”

Jullie doen naast het tellen ook aan naming and shaming. Hoe precies?

Jara: “Door herkenbare verpakkingen en voorwerpen te verzamelen, kunnen we de fabrikant persoonlijk benaderen. Hier heb ik bijvoorbeeld een pakje Fristi. Ik maak een foto van het pakje en stuur het naar ze op met de boodschap: kijk eens, jullie dragen bij aan de plastic soep. Shame on you en doe er iets aan.”

Tof idee, maar wat voor schade richt dit soort plastic nou eigenlijk aan?

Jetske: “Dit is een koekverpakking van Prince. Zo goed als nieuw. Het gekke is: de houdbaarheidsdatum is 29 november 2012. Dat betekent dus dat deze verpakking al minstens zes jaar lang rond zwerft. De realiteit is: plastic vergaat niet. Dit stukje kunststof zou na jaren zo klein worden dat je het micro-plastic kan noemen. De kleine bolletjes worden door algen en vissen gegeten en zo komt het in ons ecosysteem.”

Jara: “En uiteindelijk zelfs op ons bord.”

Niet bepaald smakelijk, stukjes plastic in je eten. Is er een oplossing?

Jetske: “Weet je wat nou cool zou zijn en waar fabrikanten veel geld zouden kunnen besparen. Fabrikanten kunnen veel geld kunnen als ze hun verpakkingsmateriaal terug zouden krijgen, en daar weer nieuwe verpakkingen van zouden maken. Vergelijk het maar met het statiegeldsysteem.”

Jara: “Uitbreiding van statiegeld op kleine flesjes en blikjes kan een goede oplossing zijn. Het is echt een gemiste kans dat we dit niet al veel eerder hebben ingevoerd. Kom op, het is toch belachelijk dat Nederland als zo’n welvarend, hoogopgeleid volk zo laat en laks met hun omgeving om gaat. Er is al bewezen dat dit soort beleidsmaatregels goed kunnen gaan. Kijk maar naar het verbod op gratis plastic tassen. Ik fietste laatst in het bos, en zag daar een papieren zak liggen. Het klinkt gek, maar dat voelde echt als een overwinning. Hoe erg het ook is dat er zwerfafval ligt langs de kant van de weg, ik heb liever papier dan plastic.”

En hoeven jullie kinderen straks geen plastic meer te rapen?

Jetske: “Ik ben een rasoptimist, vertrouw er redelijk op dat we het tij kunnen keren. Met negativiteit en chagrijn kom je er niet, daar trek je geen mensen mee aan die hun schouders er onder willen zetten. Je moet ze het gevoel geven: ‘hé, ik heb iets bij te dragen’.”

Ze is even stil, vervolgt dan: “Er is nog een lange weg te gaan, maar het begint hier aan de oever van de Maas.” Dan wendt ze zich tot de rest en gebaart richting de horizon. “Kom op jongens, zoeken maar weer.”

Bekijk hier de uitzending van dinsdag 27 februari terug: