brandpunt+

Interview

We gebruiken veel te veel onnodige medicijnen – dit kunnen we daaraan doen

Pete Wu

Ylja Band

We nemen risico’s van bijwerkingen voor lief – en niet zonder gevaar. Het kost alleen in de Europese Unie al 200.000 (!) levens per jaar. Tijd om ons er meer bewust van te worden, zegt arts en epidemioloog Dick Bijl.

De farmaceutische industrie is corrupt en drijft puur op het maken van zoveel mogelijk doekoe ten koste van patiënten, riep de Deense hoogleraar Peter Gøtzsche al in een reportage van Brandpunt+, drie jaar geleden. 

Dat moet anders, maar de oplossing ligt bij onszelf, stelt epidemioloog Dick Bijl in zijn boek Het Pillenprobleem: we moeten ons er bewust van worden dat we te veel medicijnen slikken die niet werken. Daarbij nemen we alle risico’s van de bijwerkingen voor lief – en niet zonder gevaar, dat extra leed kost alleen in de Europese Unie al naar schatting 200.000 (!) levens per jaar.

Tijd om Dick aan de tand te voelen.

Dick, de mythe leeft nog steeds dat medicijnen goed onderzocht en veilig zijn voordat ze onze magen bereiken. Je zegt in je boek: dat is helemaal niet zo. Wanneer begon dat bij jou te dagen?

“Het feit dat nieuwe medicijnen alleen bij een beperkt aantal mensen worden getest en onderzocht was al bekend. Mensen die er andere medicijnen bij gebruiken, kinderen, zwangere vrouwen en ouderen worden bijvoorbeeld vaak buitengesloten in onderzoeken naar bijwerkingen. Zodra die medicijnen in de handel zijn, gebruiken juist heel veel verschillende mensen ze, en dan blijken ze soms niet goed genoeg onderzocht. Na een aantal jaar bij het Geneesmiddelenbulletin gewerkt te hebben, werd mij duidelijk wat dat in de praktijk betekende: dat nieuwe medicijnen alsnog uit de handel werden genomen omdat ze toch ernstigere bijwerkingen hadden en mensen er zelfs aan overleden.”

Je hebt zelf de huisartsenopleiding gedaan, maar ontdekte het pillenprobleem pas toen je bij het Geneesmiddelenbulletin werkte. Dat laat zien dat er onder huisartsen weinig kennis is over medicijnen die ze voorschrijven, toch?

“Dat klopt. Ik had het er een paar dagen geleden nog met een huisarts over. Die zei: we weten eigenlijk niets over medicijnen en al helemaal niets over medicijnenonderzoek. Artsen worden opgeleid met het idee dat ze medicijnen kunnen voorschrijven die al in de handel zijn, en waarschijnlijk goed onderzocht. En ze zijn opgeleid met het idee dat er geen werking is zonder bijwerking, en dat je weleens een patiënt kunt verliezen door bijwerkingen. Maar in het algemeen is er te weinig aandacht voor die bijwerkingen. Dat leidt toch tot een beetje een naïeve instelling, waar patiënten de dupe van kunnen worden.”

Ik wist wel dat medicijnen bijwerkingen hebben, maar ik wist niet dat het zo groot was. Medicijngebruik is een van de belangrijkste doodsoorzaken in de westerse wereld, zeg je zelfs.

“Er is een voorzichtige schatting van 200.000 doden in de EU elk jaar. Peter Gøtzsche denkt zelfs aan 500.000 mensen. Vaak kan wel onderzocht worden of iemand is overleden aan een medicijn, maar in de praktijk wordt in plaats daarvan vaker een natuurlijke doodsoorzaak opgegeven. De werkelijke omvang van het probleem is onduidelijk, maar wordt zeer waarschijnlijk sterk onderschat.”

Pleit je dan voor ‘bijwerkingen’ als officiële doodsoorzaak?

“Ik denk dat artsen daar meer stil bij moeten staan: is het wel een natuurlijke doodsoorzaak? Ze zijn vaak helemaal niet goed geïnformeerd over de laatste stand van de wetenschap. In de jaren nadat een medicijn op de markt komt, worden steeds meer bijwerkingen bekend maar die nieuwe informatie wordt niet geüpdatet op bijsluiters of als productinformatie op websites en in leerboeken.”

“Een goed voorbeeld is het nieuws, afgelopen zomer, over het onderzoek naar de zwangere vrouwen wier kinderen overleden vlak na hun geboorte, omdat ze Viagra kregen toegediend. De moeders werden voorgelicht over bijwerkingen die twintig jaar geleden in de productinformatie zijn gezet, maar die zijn niet geüpdatet. Zij werden door de onderzoekers voorgehouden: baat het niet, dan schaadt het niet.”

Maar is het dan niet ergens wettelijk vastgelegd dat er altijd nieuw onderzoek moet worden gedaan?

“De fabrikant krijgt soms de verplichting om onderzoek naar de bijwerkingen te doen nadat hun product op de markt is gebracht. Maar het blijkt in de praktijk dat ze er nauwelijks over rapporteren of die onderzoeken slecht uitvoeren. De regelgeving moet scherper, en ze moeten beter gecontroleerd worden.”

Wie controleert hen eigenlijk?

“Dat zijn het CBG (College ter beoordeling van medicijnen), het Europese Geneesmiddelenbureau (EMA) en de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).”

Die voeren hun taak niet goed uit, dus.

“Ik vind dat artsen én patiënten op het gebied van controle van de bijwerkingen veel beter ten rade kunnen gaan bij onafhankelijke bronnen als de Cochrane Collaboration, en tijdschriften die zijn aangesloten bij de International Society of Drug Bulletins. Die doen onafhankelijk onderzoek naar bijwerkingen en geven een completer beeld van wat je nu eigenlijk kunt verwachten van een medicijn. Ze komen vaak tot schrikbarende cijfers.“

Wil je gerustgesteld worden of wil je per se een medicijn?
Dick Bijl

Je zegt ook dat de media niet kritisch genoeg zijn. Kun je dat uitleggen?

“Ik heb vaak het idee dat de meeste radio- en tv-programma’s, zoals het journaal, klakkeloos nieuwtjes brengen. Het medische voedingsmiddel Souvenaid kreeg in onder andere De Wereld Draait Door heel veel aandacht, terwijl er met geen woord werd gerept over de methodologische en wetenschappelijke tekortkomingen van het onderzoek. Dat stelde echt niets voor. Dat is het kwalijke: het gaf de patiënten en hun familieleden valse hoop. Dat moet je niet hebben. Ik vind het gewoon echt slecht.”

Je zegt eigenlijk dat ze te vroeg het nieuws brengen. Dat zou pas moeten nadat het medicijn nog eens gecontroleerd is.

“Ja, maar het zou ook goed zijn om bijvoorbeeld een week later een onafhankelijke deskundige aan het woord te laten. Het is prima om dingen te brengen maar er moet een kritisch weerwoord van onafhankelijke onderzoekers bij staan. Dat wordt te weinig gedaan. Niets is zo erg als mensen valse hoop bieden.”

Wat kunnen wij als patiënten doen?

“Er ligt een taak voor patiënten of mensen met klachten om zich af te vragen: wat wil ik nu eigenlijk van de dokter? Wil je gerustgesteld worden of wil je per se een medicijn? Want heel veel klachten en aandoeningen gaan vanzelf over, wat ik ‘regressie naar het gemiddelde’ noem. Op het moment dat je heel veel klachten hebt en naar een dokter gaat met pijnklachten, dan is de kans groot dat het daarna vanzelf minder wordt – dat is het natuurlijke beloop; het lichaam kan heel veel klachten de baas, vooral de alledaagse klachten.

En bij de behandeling van kanker is het goed te beseffen: als je een middel krijgt waar je een paar maanden langer door leeft, maar elke dag wordt geconfronteerd met bijwerkingen, is dat dan de moeite waard?”

En wat zou een dokter kunnen doen als een patiënt per se iets wil slikken?

“Die moet een patiënt beter voorlichten – maar daar heeft hij eigenlijk te weinig tijd voor. Een apotheker weet vaak veel meer over medicijnen, dus daar heeft een patiënt meer aan.

Als ik het zo hoor, dan zijn er partijen die of te weinig tijd hebben, of winst willen maken, of gerustgesteld willen worden. Het is een bijna onmogelijk om ze uit deze situatie te ‘redden’, hè?

“Dat is zeker waar. Ik verwacht niet veel van de fabrikanten en het veranderen van artsen en apotheken is een proces van een lange adem. De veranderingen moeten in gang gezet worden door de politiek. Die moet het zo aanpassen dat patiënten meer worden beschermd. Pas dan verandert er iets.”