brandpunt+

Tip

Van gouden horloges naar kindermindfulness: hoe de nieuwe elite verschilt van zijn voorgangers

Isabelle Veltman

Roos van Tongerloo

Heb jij vandaag een linnen tasje bij je, ja? Met daarop een logo van een goed doel, een duurzaam merk of een literaire quote? Gefeliciflapstaart, je hoort bij de nieuwe elite. En nee, dit gezelschap is niet toegankelijker dan zijn voorgangers.

In de jaren vijftig maakte je de blits met een zilveren lepel naast het bord van je bezoek. Bestek van zilver kostte het gemiddelde gezin meer dan ze lief was, maar overtuigde gasten aan huis vliegensvlug van hun status. Spullen, zeker luxeartikelen, waren exclusief. Zozo, zou het bezoek denken, die zitten gebakken. Van een telefoon, een parelketting, en een wasmachine, tot een kleurentelevisie, spierwitte gympen en een Super Nintendo, tot een stofzuigrobot, een gouden grill, en een espressoapparaat: stuk voor stuk functioneerden ze als uithangbord voor de sociale status van de eigenaar. Zozo, dacht het bezoek weer eens, die zitten er warmpjes bij. Inmiddels zijn de meeste luxeartikelen hun exclusiviteit verloren. Massaproductie liet de prijzen dalen, waardoor televisies, laptops, telefoons, horloges en koffiezetapparaten betaalbaar werden voor het leeuwendeel van de consumenten. De exclusieve luxe van een duurder exemplaar valt de meeste mensen amper op.

De Amerikaanse Elizabeth Currid-Halkett, hoogleraar publiek beleid, vroeg zich af hoe we zonder zilveren lepels aan ons bezoek laten weten dat we het goed voor elkaar hebben. Hoogopgeleide, rijkere Amerikanen laten protserige luxe-objecten liever in de schappen liggen, zo bleek. “De moderne elite besteedt hun geld niet aan materiaal,” vertelt Currid-Halkett in een aflevering van de podcast Hidden Brain, als ze het heeft over haar boek The Sum of Small Things. “Ze willen niet dat een voorwerp expliciet rijkdom uitstraalt.” Kopen ze wel iets duurs dat opvalt, dan blijven ze het liefst benadrukken ze dat het ze niet om de spullen gaat. “Als ze een nieuwe auto hebben gekocht, vermelden ze er natuurlijk wel bij dat-ie elektrisch rijdt, bijvoorbeeld. Daar gaat het ze om, niet om de auto.”

De nieuwe sociale elite wil vooral niet te koop lopen met geld. Liever harken ze cultureel kapitaal bijeen. Geen bladgouden behang, maar een podcast van NPR. De streefklasse, noemt Currid-Halkett deze nieuwe elite. Je herkent ze met gemak: “Het zijn van die mensen die je vindt in de Wholefoods (het Amerikaanse equivalent van de Marqt met een Q, red),” zegt ze. Onder hun arm dragen ze een linnen tasje, het liefst met daarop een logo van een goed doel, een duurzaam merk, of een literaire quote over boeken. In hun mandjes liggen biologische groenten en fruit, vegetarische roockworst, haverkoeken, slow sapjes met biet, venkel, en vergeten groenten, bier van de digitaal ondernemer/brouwer op de hoek, afwasmiddel dat lijkt op kraanwater, en kraanwater in papieren zakjes (handig, voor onderweg). Als je ze vraagt waarom ze kopen wat ze kopen, zullen ze zeggen dat biologisch eten goed voor ze is, dat de vleesindustrie het klimaat omver helpt, en dat ze lokale ondernemers graag steunen in barre tijden. Currid-Halkett somt op, en zucht een stemmetje: “Local, sustainable, good for my body.” De nieuwe elite doet dan ook aan elitesporten als (bikram) yoga en pilates. Dure hobby’s waaraan een spirituele connotatie kleeft, maar die geen ‘geld’ schreeuwen. Thuis wordt geïnvesteerd in duurzaam wonen. Denk aan zonnepanelen, geïsoleerde muren en daken, een warmwaterpomp en een groentetuin. Trek ‘m maar door, de lijn: meubels, kleren, shampoo, make-up, luiers, en voorzieningen zijn al net zo doordacht en verantwoord.

Kindermindfulness

De nieuwe elite heeft het in tegenstelling tot zijn voorgangers liever over ervaringen en ideeën dan over spullen. Het is belangrijk dat je verdiept in zaken, door te lezen, te luisteren, en jezelf kritisch te bevragen, meent dit selecte gezelschap. Onderwijs en ontwikkeling van de kinderen kost ze meer dan ooit. Door hun ouders beschermd voor de materiele oppervlakte, ontwikkelen kinderen zich noodgedwongen suf. Muziekles, dansles, bijles, kindermindfulness: een dag niet beleefd is een dag niet geleefd.

Streefklasse-kinderen krijgen ook beduidend langer borstvoeding dan kinderen uit andere sociale milieus. Het schijnt dat borstvoeding inderdaad goed is voor je kind, maar: “het is een groot teken van rijkdom geworden,” zegt Currid-Halkett. “Ik hoor van vrouwen zelfs dat ze niet willen dat hun man in het openbaar toegeeft dat hun kind niet alleen borstvoeding krijgt. Ik ben zelf ook zo. Het is een statussymbool geworden.” Want wie borstvoeding geeft, heeft daar tijd voor nodig – en tijd kost geld. Door te investeren in een oppas en een schoonmaker koop je tijd vrij. “Zo zie je dat alleen mensen met privileges hun kind zo lang aan de borst kunnen leggen.” Ze erven geen kostbare koekoeksklok, maar een met fluweel bekleedde trede op de sociale ladder.

In de meeste gevallen geeft de aankoop de streefklasse een goed gevoel: ik heb dit specifieke product/deze dienst niet per se nodig, maar dat ik het heb gekocht is goed voor mij en/of voor de wereld.

Door hun ouders beschermd voor de materiele oppervlakte, ontwikkelen kinderen zich noodgedwongen suf. Een dag niet beleefd is een dag niet geleefd

Dat kan toch geen kwaad, zo'n streefklasse?

Zeker wel, waarschuwt Currid-Halkett. “Je zit in een bubbel die net zo exclusief is als de Hollywood A-list,” zegt ze. “Het enige verschil is: je hebt het niet door.” En dat kan gevaarlijk zijn: als we er vanuit gaan dat voor iedereen hetzelfde mogelijk is, nemen we het mensen op een manier die afwijkt van onze moraal consumeren schaamteloos kwalijk. Wie z’n kind de fles geeft, heeft er weinig voor over, grote merken op truien zijn ordinair, kinderen die op hun zesde nog geen viool kunnen spelen krijgen thuis te weinig aandacht, en wie plofkip koopt is een dierenbeul. Dat iemand met minder geld niet drie keer in de week vijftien euro voor een yogales kan ophoesten, en dat een biologische komkommersalade hetzelfde kost als een hele maaltijd bij de McDonalds, komt simpelweg niet bij ze op. “Het is dan ook niet zo gek dat mensen die buiten de bubbel van de streefklasse leven, zich kapot ergeren aan die exclusiviteit,” zegt Currid-Halkett. In een interview met Trouw verduidelijkte ze het nog eens: “De streefklasse kan gesloten, kleingeestig en hooghartig overkomen. Dat veroorzaakt wrevel."

Het verklaart de wrok van vele Trump-stemmers, die door deze streefklasse vakkundig over het hoofd werden en worden gezien. “We zijn niet voor niets zo geschrokken van de verkiezing van Trump,” zegt Currid-Halkett. “Als we ook maar even uit ons bubbel waren gestapt, hadden we het kunnen weten. We hebben nu de plicht om die kloof te overbruggen. Dan kan sociale mobiliteit weer iets worden voor iedereen.”

Laten we wat proberen te leren van Arlie Hochschild, de Amerikaanse, linkse socioloog die van huis vertrok en vijf jaar verbleef bij haar rechtse, conservatieve landgenoten in Louisiana. Deze mensen waren lang niet zo boos, dom, of gefrustreerd als ze in al haar naïviteit dacht, vertelde Hochschild eerder aan Vrij Nederland. “Het was niet alleen maar zo dat ik probeerde hén te bereiken, maar zij probeerden míj ook te bereiken.”

Over drie weken verhuis ik van de Amsterdamse grachtengordel naar een zogenaamde ‘groeiwijk’ in het Utrechtse Zuilen. In mijn geboortestad vond ik goddank een betaalbaar huis. Zonder het te weten, ben ik de goede weg ingeslagen, hoop ik. Over drie en een halve week nodig ik de buurt uit. Haverkoeken en troebele appelsap. Die groenten zal ik met opzet vergeten. 

Of ben ik nu juist onderdeel van het probleem?