brandpunt+

Interview

Je gaat naar de sportschool om je existentiële onzekerheid te bedwingen, zegt deze filosoof

Maarten van Gestel

Isabelle Veltman

Ja, ook jij bent zo neurotisch als de neten. Omdat je weet dat je machteloos staat tegenover de opwarming van de aarde, de volgende economische crisis of de bedrijven die je data verkopen, zoek je controle op tastbare zaken: het opvoeren van je deadlifts, het opruimen van je kamer en het onderhouden van dat basilicumplantje.

Soms denk ik terug aan de peuter in mijn jeugd die dagelijks twintig uur lang onafgebroken op zijn xylofoontje aan het rammen was. Hij hoefde niet naar de wc, kreeg geen flesje, deed geen middagdutje en zijn ouders keken niet naar hem om. Ondanks zijn jonge leeftijd zijn z’n motivaties me altijd glashelder geweest: alvast genoeg creativiteitspunten binnenhalen die hij later nodig zou hebben in een carrière als gamedesigner. Die motivatie ken ik omdat de twaalfjarige ik degene was die hem deze wil had opgelegd, in het computerspel The Sims 2. Ik managede destijds veertien gezinnen tegelijk en dacht voor elke pasgeboren baby zijn of haar levensloop uit.

Sommige filosofen zouden zeggen dat de God-achtige bevoegdheden uit het simulatiespel aantonen dat wij mensen niets anders willen dan het uitoefenen van macht. Freudiaanse psychologen zouden misschien zeggen dat ik de trauma’s uit mijn eigen jeugd projecteerde op de peuter uit het spel.

Onzin, zegt filosofe Naomi Jacobs (28), die zich al sinds het begin van haar studie acht jaar geleden bezighoudt met de menselijke angst voor onzekerheid. Zij ziet mijn jeugdige Simsverslaving getuige haar boek Onszelf Voorbij als kenmerk van een veel groter fenomeen van onze tijd. Omdat we door klimaatverandering, globalisering en de toenemende invloed van algoritmes op ons leven steeds minder grip op de wereld om ons heen lijken te hebben, grijpen we volgens haar steeds meer terug op onze eigen binnenwereld of overzichtelijke miniwereldjes. We fitnessen ons suf, gaan speciaal naar de Albert Heijn voor de gratis moestuintjes of verdwalen in boeken van Japanse opruimgoeroe’s om ons huis op orde te houden.

Hoi Naomi. Jij zegt dat we minder grip op onze buitenwereld hebben dan pak ‘em beet honderd jaar geleden. Waar baseer je dat op?

“Op wat de socioloog Zygmunt Bauman ‘vloeibare tijden’ noemt. Honderd jaar geleden was de buitenwereld ook onzeker, maar tegelijkertijd waren er veel meer zekerheden. Als je in een rijke familie geboren werd, bleef je zeer waarschijnlijk rijk. Kwam je uit een familie van schoenmakers, dan werd jij ook schoenmaker. De maatschappij was naar duidelijke man/vrouw-verhoudingen ingericht. Dat soort traditionele structuren en banden hebben we nu grotendeels losgelaten. We zijn veel vrijer in de keuzes die we maken. Wat ga je studeren, wat wil je worden, met wie wil je trouwen – wil je überhaupt wel trouwen? Die vrijheid zorgt er ook voor dat dingen ‘vloeibaar’ zijn geworden: fluïde, veranderlijk en daarmee onzekerder.”

En dat verklaart volgens jou de populariteit van de moestuintjes in de Albert Heijn?

“Ja. Het in de weer zijn met die moestuintjes en de knulligheid die daarbij komt kijken vind ik een heel mooi voorbeeld van het creëren van een eigen miniwereldje. Alles wat je wel of niet doet met die moestuintjes – hoeveel water je geeft, of je het verpot, knipt, snoeit of zaait – zie je terug. Je eigen effect is heel duidelijk merkbaar en dat staat volgens mij in scherp contrast met grote onzekerheden in het leven. Zo'n moestuintje biedt een fijne manier om over iets overzichtelijks ogenschijnlijk wel controle te hebben.”

Waarom is die controle zo belangrijk voor ons?

“Zelf stuitte ik op onderzoek uit de jaren zeventig, waarin de psycholoog Jerome Kagan laat zien dat het wegnemen van onzekerheid een van de belangrijkste drijfveren is van menselijk gedrag. Het ervaren van onzekerheid leidt tot stress en angst. Heel onprettig en ook heel ongezond – vooral stress. Je wilt onzekerheden daarom wegnemen, zodat de stress die daarbij komt kijken verdwijnt. “

Ik kan me ook voorstellen dat je met alle vrijheid van onze tijd juist meer zekerheid hebt. Je hebt je eigen leven toch in handen?

“Ja en nee. We hebben meer keuzevrijheid dan ooit, maar tegelijkertijd is het een illusie te denken dat je je eigen leven helemaal in de hand kunt hebben. En daarbij, bedenk eens voor jezelf hoeveel keuzes je allemaal zelf moet maken. Hoe weet je wanneer je de goede keuze hebt gemaakt? Eentje waar je gelukkig van wordt? Het zijn ineens allemaal vragen waar je zelf een antwoord op zal moeten vinden. Dat kan best lastig zijn, denk ik.”

Maar toch. Als ik mijn vrienden vraag waarom ze zoveel naar de sportschool gaan, zouden ze niet antwoorden dat ze deadliften omdat ze niet kunnen dealen met de onzekerheid van onze tijd.

“Ik zou ook niet snel zeggen: ik ga naar yoga om grip te krijgen. Sporten is fijn en gezond en je kunt het om allerlei redenen doen. Toch denk ik dat je in veel typische fenomenen van nu – denk aan de populariteit van mindfulness, stilteretraites, yoga, detox-diëten, health apps en selftrackers, Instagram-accounts van foodies en fitgirls met honderdduizend volgers – een vlucht naar binnen ziet. Daarmee bedoel ik dat we onze blik op onszelf richten, om even te verdwijnen in het idee dat we houvast en controle krijgen over onze eigen binnenwereld of microkosmos als we maar genoeg deadlifts doen of serieus genoeg onze zenmeditatie volgen.”

“Dat is een fijn en geruststellend idee in tijden waarin de buitenwereld om ons heen vloeibaar, onzeker en grillig is; denk aan de apocalyptische gevolgen van klimaatverandering die steeds dichterbij komen of de toenemende mate waarin ondoorzichtige algoritmes steeds meer terreinen van ons leven beïnvloeden.”

Als je accepteert dat het leven tot op grote hoogte onzeker en onvoorspelbaar is en je dus niet precies weet wat je te gebeuren staat, dan ontdek je ook dat in die onzekerheid ruimte is tot handelen
Naomi Jacobs

Zelf zocht Naomi die grip en houvast in haar kindertijd in nogal vreemde tics. Ze beschrijft in haar boek een stoeptegelspel waarbij ze regels had bedacht waarmee ze al hinkelend en struikelend honderd tegels moest passeren. Als dat lukte, wist ze dat ze een goede dag ging krijgen of haar rekentoets zou halen. Of ze moest tien keer hardop zeggen ‘ik kan dit’ en daarna met het puntje van haar tong haar neus proberen aan te raken om het gevoel te krijgen dat ze een voldoende zou halen op haar toets.

Zeg Naomi, heb jij nog steeds van dat soort tics?

“Haha, nee. Van die opvallende tics zoals stoeptegeltellen en hinkelen ben ik wel af. Wat ik wel nog steeds heb, is dat ik voor een belangrijke presentatie altijd naar de wc ga – dan was ik mijn handen, kijk ik mezelf indringend aan in de spiegel, adem ik diep uit en zeg ik ‘oké’. Als ik dat niet heb gedaan, denk ik altijd: echt niet goed voorbereid dit.”

Heb je dat net voor dit interview ook gedaan?

“Nee. Dit is toch geen grote presentatie?”

Klopt, maar wat je nu vertelt kan je ook niet overdoen.

“Shit, nu gaat het helemaal fout, haha. Naast die tics van vroeger ben ik sowieso wel een beetje een controlefreak, dat is ook een manier om grip te krijgen. Ik ging laatst voor een conferentie naar Noorwegen en bleef daarna nog een aantal dagen langer. Op zich hartstikke leuk: nieuw land, nooit geweest. Maar ik ben dan wel zo iemand die van tevoren gaat kijken van: hoe zit die stad in elkaar, hoe rijdt de bus? Waar kan ik alvast mijn Kronen wisselen?“

Projecteer je je eigen karakter dan niet ietsje te veel op de mensheid als geheel, als je het hebt over ‘onze’ drang om miniwereldjes te controleren?

“Nee, ik denk het niet. Wat ik in mijn boek onderzoek is waar de menselijke drang vandaan komt om onzekerheid en angst uit de weg te gaan. Dat leidde me naast het onderzoek van Kagan ook naar de filosofie van Søren Kierkegaard die in de negentiende eeuw een heel mooi boek over angst heeft geschreven. Kierkegaard schrijft daarin dat angst ons het onbekende laat zien, en dat veel mensen niet weten hoe ze daar mee om moeten gaan en zich daarom vastklampen aan van alles waarvan ze denken dat het ze houvast en controle geeft.”