brandpunt+

Interview

Nee, mobieltjes maken ons niet asocialer. Ze brengen ons juist dichter bij elkaar

Maarten van Gestel

Hannah Vischer

Dus als je dit middenin een gesprek zit te lezen: geen zorgen, je bent hartstikke lekker bezig.

Dat zegt cultuurfilosoof Robin van den Akker althans. Hij onderschrijft dat overmatig gebruik van mobiele telefoons misschien slecht is voor je slaap, maar wil ook de voordelen benadrukken. Dat blijkt uit zijn binnenkort verschijnende proefschrift. Daarvoor onderzocht Van den Akker het smartphone-gebruik van een vriendinnengroep.

Veel mensen zeggen dat mobieltjes slecht zijn. Naast dat je er slecht van gaat slapen, word je er ook nog eens asociaal van.

“Nee, dat laatste is echt onzin, vooral voor jonge mensen. Die worden er juist door verrijkt. Ik ben zelf 34 en mis alles om me heen als ik op mijn telefoon kijk. Maar zij zijn ermee opgegroeid en bewegen zich naadloos tussen die gescheiden werelden. Ik vergelijk het weleens met de trek van platteland naar stad. Je kan geboren worden in de ‘nieuwe wereld’ of ernaartoe verhuizen. Waar tieners de oorspronkelijke bewoners zijn van deze nieuwe wereld, zijn ouders en docenten ‘digitale immigranten’. Als immigrant lijkt een stad – of de digitale wereld – druk en chaotisch. Maar het is allemaal heel logisch als je erin geboren bent.”

Hoe beïnvloedt die ‘nieuwe wereld’ tieners?

“Er wordt weleens gezegd dat mannen niet kunnen multitasken, maar volgens hersenwetenschappers kunnen mensen dat überhaupt niet; het is onmogelijk voor je brein. Maar dat razendsnelle switchen tussen hun mobieltjes en de buitenwereld verraadt een nieuwe cognitieve vaardigheid van tieners. Dat brengt ons een stap dichterbij kunnen multitasken. Prima, toch?”

Oké, maar het blijft toch vervelend als je met iemand zit te praten en diegene steeds op z’n scherm kijkt?

“Ja, maar dat vinden tieners zelf ook. Voor mijn onderzoek volgde ik vier jaar lang een vriendinnengroep, waarvan een van die meiden steeds ‘in’ haar telefoon zat. De rest vond dat enorm storend. Tieners vinden het juist heel belangrijk dat je kan switchen tussen fysiek en digitaal contact. En daar zijn ze, op een uitzondering als deze na, bizar goed in. Dat brengt ons alleen maar dichter bij elkaar.”

Hoe bedoel je?

“Ik geloof dat tieners door Whatsapp-groepen een sterker groepsgevoel krijgen. Meiden die niet fysiek bij de rest van de groep aanwezig zijn, worden via de groepsapp op de hoogte gehouden. En andersom werkt het hetzelfde. Als een vriendin op afstand een onderwerp aansnijdt, praten ze er aan tafel verder over. De Whatsapp-groep is een intieme bubbel. De groepsnaam boven het gesprek versterkt dat gevoel alleen maar. Iedereen is betrokken. In mijn ogen maakt dat tieners eerder socialer dan asocialer.”

Ons vermogen tot aandacht sterft af, waarschuwt deze filosoof 05 Okt 2017 Ons vermogen tot aandacht sterft af, waarschuwt deze filosoof

Misschien soms wel té sociaal. Worden we niet allemaal een beetje gek van oversharing – van al die foodpics en selfies op Facebook en Twitter?

“Nee, dat is juist functioneel. Vergelijk het met vogels. Zij laten elkaar steeds weten wat er in hun territorium gebeurt. Of er voedsel is, of er prooidieren zijn. Waar de rest van de zwerm is. Bij tieners is dat niet anders. Alleen gaat het bij hen bijvoorbeeld over feestjes en niet over prooidieren. Twitterberichtjes als ‘Aan het ontbijten’, ‘Op de fiets naar school’ en ‘Feestje!’ zijn allesbehalve nutteloos. Ze geven elkaar een ruimtelijk idee van waar ze naartoe gaan en wat er te halen valt. Het is nuttig territoriaal gedrag. En ik vind het arrogantie van ouders om naar de jeugd te kijken en te denken dat dat stom is.”

Maar er zijn toch ook genoeg negatieve gevolgen van mobieltjes op tieners?

“Die zijn er ongetwijfeld. Slaapgebrek is inderdaad een probleem, maar er wordt ook veel onzin verteld. Dat kinderen door Facebook niet meer buiten komen, bijvoorbeeld. Sociologisch onderzoek toont aan dat jongeren die veel op sociale media zitten, juist ook veel met vrienden afspreken. Het probleem is volgens mij dat de meeste wetenschappers smartphonegebruik vooral van buitenaf bestuderen. In mijn onderzoek zijn het uiteindelijk de tieners zelf die nadenken over het fenomeen. Alleen al door goed naar ze te luisteren, leer je veel meer dan je denkt.”

Robin van den Akker is filosoof aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij doceert (nieuwe) media en cultuur en promoveert op de invloed van mobieltjes en sociale media op onze ruimtelijke beleving.

De uitzending van Brandpunt over jongeren en hun verslaving aan mobieltjes terugkijken? Dat kan hieronder als je dit artikel op je browser leest, of hierrrr als je via Facebook bij ons grasduint.