brandpunt+

Interview

De scheepvaartsector is een onderbelichte grootvervuiler. Astrid (26) en Sjors (30) hebben de oplossing

Arja van den Bergh

Joost van Wijk

Als de vijftien grootste stookolieschepen net zo veel zwavel uitstoten als álle auto's op aarde, en Rotterdam Europa’s grootste haven is – zijn we dan niet, excusez le mot, de lul? Ongetwijfeld, maar klimaatkantelaars Astrid (26) en Sjors (30) hebben de oplossing.

Leestijd: 7 minuten

Ho, wacht even, voor we linea recta op de oplossing afkoersen, eerst nog even terug naar het probleem. Want wat maakt die scheepvaartsector nou zo verrekte vervuilend? En waarom doen we alsof de scheepvaart een ver-van-ons-bed-show is, als nagenoeg alles wat we kopen via een containerschip van 400 bij 60 meter op ons deurmatje belandt? 

Klimaatjournalist Bernice Notenboom roept het al jaren: we zijn zeeblind. Op de wereldzeeën varen dagelijks meer dan 100 duizend schepen en die stoten volgens ons eigen Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu met z’n allen een hoop giftige troep uit.  Zwaveldioxide, stikstofoxiden, fijnstof, zware metalen als nikkel, koolstof; dat werk.

Klinkt vies, toch? Welnu, dat is het ook: de stookolie waar deze schepen op varen is precies één stap lichter dan asfalt. Dat stelt de Britse Rose George, een andere journalist die zich vol op deze blinde (olie)vlek stortte en er een boek over schreef.

Volgens George kun je de stookolie het beste beschrijven als 'het bezinksel van de raffinaderijen'; het dampende drabje in de buurt van het afvoerputje waar niemand meer naar zou moeten omkijken. In plaats daarvan wordt het naar hartenlust in een scheepstank gemieterd, op een bedje van chemische stoffen en afvalresten van onze al vervuilende industrie. Keer 100 duizend.

Een frisse neus halen aan zee of je hoofd in een auto-uitlaat stoppen: wie merkt straks nog het verschil?

Waar zee is, vaart men: een live weergave van de wereldwijde zeevaart, via marinetraffic.com
Waar zee is, vaart men: een live weergave van de wereldwijde zeevaart, via marinetraffic.com

Dezelfde Rose George voer een paar jaar geleden vijf weken mee op de Maersk Kendal, dat bijna 7 duizend containers verscheepte, van Zuid-Engeland naar Singapore. Ze kwam tot even verrassende als schokkende inzichten: we zijn bijvoorbeeld afhankelijker van de scheepvaart voor onze wereldhandel dan ooit tevoren. De sector is sinds de jaren zeventig dan ook verviervoudigd. En hoewel het de meest groene wijze van transport is, qua CO2-uitstoot per ton per mijl, zie je aan de duizelingwekkende schaalgrootte dat we in onze globaliseringsdrang toch een tikkeltje zijn doorgeschoten.

Nog een openbaring: er werkten ‘maar’ 21 bemanningsleden op de flink geautomatiseerde Kendal toen Rose George te gast was. Roemenen, Chinezen, Moldaviërs, Filippino’s: mannen die 90 procent van onze waren naar ons toebrengen, maar daar amper waardering voor krijgen. En wist je dat de Deense multinational Maersk jaarlijks net zo veel omzet als een bekendere gigant als Microsoft? 

Het is duidelijk: we moeten af van onze zeeblindheid, omwille van onze gezondheid en het klimaat. Vraag is natuurlijk of we dat kunnen. En zijn er alternatieven voor de ranzige stookolie die we nu gebruiken?

We leggen het voor aan Astrid Sonneveld en Sjors Geraedts, die dagelijks bezig zijn met deze vragen en de daarbij behorende antwoorden. Ze werken bij GoodFuels, een jong, Nederlands bedrijf dat voorziet in fossielvrije, klimaatvriendelijke scheepvaartbrandstof. 

Sjors, wat dacht je toen je voor het eerst hoorde wat er in die tanks ging?

Sjors: "Ik schrok, wist echt niet dat het zó erg was, dat het zó vies was. Op wereldschaal is de scheepvaart een hele vervuilende transportsector. Niemand weet dit, want wanneer zit je nou zelf op een containerschip? Terwijl zo’n beetje alles wat je koopt wel op deze manier wordt vervoerd. Echt, ze gebruiken de smerigste, ranzigste brandstof die bestaat."

"Ik kwam er vrij snel achter dat er weinig regelgeving is op zee. Het is ook wel lastig: wie maakt de regels en wie is verantwoordelijk? Maar het is echt een fors probleem, dus moeten we er iets aan doen. Dat het moeilijk is, wil niet zeggen dat je het niet moet oplossen."

Dus jullie zijn met GoodFuels eigenlijk een voorbeeld aan het stellen?

Sjors: "Precies. Maar ons ‘voorbeeld’ moet al wel levensvatbaar zijn. Het moet niet alleen maar een mooi verhaal zijn, het moet ook kloppen. We willen een soort route schetsen. Zodat nieuwe brandstoffen diezelfde route kunnen gaan volgen om uiteindelijk écht impact te hebben."

Momentje hoor, wat is jullie verhaal precies?

Astrid: "Wat wij uiteindelijk willen, is radicale verandering. De ontwikkelingen die vandaag al mogelijk zijn daadwerkelijk toepassen op de schepen die massaal om ons heen varen. En het is menens. Ik vecht voor iedere druppel niet-fossiele scheepvaartbrandstof die ik in deze industrie kan krijgen."

Sjors: "Mijn missie is om een heel groot probleem, waar momenteel heel weinig mensen aan werken, onder de aandacht te brengen en met een oplossing te komen."  

Hoe willen jullie dat doen?

Astrid: "We willen vooral laten zien dat onze afhankelijkheid van fossiele energie niet vanzelfsprekend is. Niemand binnen de scheepvaart is met verduurzaming bezig. Als ze denken aan alternatieven, dan zijn dat alsnog fossiele alternatieven. We moeten radicaal omdenken en laten zien dat het eigenlijk al kan; dat is een buitengewoon belangrijke boodschap."

Sjors: "We kunnen nu al die vieze stookolie vervangen door een geavanceerde biobrandstof – op kleine schaal. Je kunt laten zien dat het kan. Dat het technisch al mogelijk is, en dat je er prima op kunt varen. Daarna: hoe gaan we het op grote schaal produceren?"

Astrid Sonneveld, GoodFuels
Astrid Sonneveld, GoodFuels

Als we het hebben over geavanceerde biobrandstof, waar moeten wij leken dan aan denken?

Sjors: "GoodFuels gebruikt alleen afval- en reststromen van Scandinavische bosbouw en van de papier- en pulpindustrie. Er wordt nooit speciaal voor brandstof gekapt. Denk ook aan frituurvet, afval- en reststromen. We produceren wereldwijd ontzetten veel afval  – zowel van biomassa als van andere soorten afval. Dat is precies de schaal die we nodig hebben om de huidige brandstof te vervangen. De match is er, de potentie ook, en technologieën ontwikkelen zich razendsnel. We zitten nu echt op een kantelpunt om verschil te kunnen maken."

Er is behoorlijk wat kritiek op biobrandstoffen in het algemeen. Jullie lijken er wel in te geloven.

Sjors: "Ja, mits je het op de goede manier doet. En dat is niet makkelijk. Je moet heel duidelijk onderscheid maken: welke grondstoffen gebruiken we, en welke gebruiken we vooral ook niet."

Astrid: "Ik zie biobrandstof niet per se als de heilige graal, maar wel als de meest haalbare, toepasbare oplossing voor vandaag."

Lukt het eigenlijk al een beetje?

Astrid: "Nou, het is wel lastig. Het gaat immers om een enorme industrie die vooral denkt in het vermijden van risico’s. Die schepen moeten nog veertig tot vijftig jaar mee. Dan kan jij met een dijk van een plan komen, waar je sinds één of twee jaar mee bezig bent, maar om te bewijzen dat het überhaupt kan, heb je diezelfde schepen nodig. Dus we zoeken naar de koplopers in de industrie die de stap durven te zetten."

Zoals het Nederlandse Boskalis, een van de grootste baggerbedrijven ter wereld. Voor een Brandpunt+ reportage staan we met jou op dat schip, dat vaart op jullie schonere brandstof. Wat denk je dan?   

Astrid: "Dat geeft een goed gevoel. Ik ben veel op hoofdkantoren en overleg vaak met directies om na te denken over de volgende stap. En juist als je dan weer een keer aan boord van zo’n schip stapt, ziet dat het vaart en zijn werk gewoon kan doen op een duurzame in plaats van een fossiele brandstof… ja, echt, dat geeft enorme voldoening."

Wanneer lukt het eindelijk die scheepvaartsector beter en schoner te krijgen, denk je?  

Astrid: "Als belangrijke, invloedrijke partijen niet alleen zien dat het kan, maar er ook in gaan geloven en vervolgens overgaan tot het nemen van maatregelen. Kijk naar de politiek: er is op dit moment een volledig gebrek aan politieke daadkracht om de boel te veranderen. Als wij ze met ons kleine initiatief het vertrouwen geven dat het echt haalbaar is, dan kunnen we met z’n allen naar een grotere schaal."

Maar, zeg op: over tien, twintig, vijftig jaar?

Astrid: "Ik heb ooit gezegd dat tien procent van de scheepvaartbrandstoffen in 2030 biobased zou kunnen zijn. Ik gooide gewoon een balletje op, haha. Maar ik merk wel dat hoe meer je dat herhaalt, hoe meer mensen gaan geloven dat het dus misschien wel een realistische optie is." 

Sjors: "Over tien jaar gebeurt er al iets op substantiële schaal, maar het heeft vervolgens nog wel tien tot twintig jaar nodig om grote impact te maken. Het moet een kettingreactie worden. Wij kunnen het ook niet alleen. Maar met ons verhaal, met wat we doen en hoe we partijen inspireren en bij elkaar brengen: zo kun je wel echt verandering teweegbrengen."