brandpunt+

Precap

Hoe Amsterdam jonge criminelen succesvol naar het rechte pad dirigeert

Josette Kootstra

Isabelle Veltman

Stevig achter slot en grendel? Nee, zeggen ze in de hoofdstad: geen cel maar een kamer, geen beveiliger maar een huismeester. Opgepakte jonkies gaan er in afwachting van hun vonnis overdag gewoon naar werk of school. En het werkt: “We hebben nog geen wegloper gehad. Ze melden zich allemaal weer op tijd.”

Midden in een Amsterdamse woonwijk staat een experimenteel huis van bewaring: de zogeheten Kleinschalige Voorziening (KV). De proeftuin is het resultaat van een samenwerking tussen het ministerie van Justitie en de gemeente.

Tralies en hoge hekken ontbreken bij het pand, waar maximaal acht first offenders hun voorlopige hechtenis uitzitten. Overdag gaan de jonkies naar school, of sporten ze in de buurt. Die vrijheid is symbolisch voor de aanpak. De deur gaat alleen van ’s avonds tien ’s ochtends zeven op slot.

De jongelingen hebben eerste, voorzichtige stappen in de criminaliteit gezet, maar de rechter denkt dat ze met de juiste sturing terug te dirigeren zijn richting op het rechte pad.

“Voor deze groep jongeren is het belangrijk dat stabiele factoren in hun leven waar mogelijk intact blijven”
Jeugdofficier Rianne de Back

Kinderrechter Ries Wesdorp legt uit: “Het zijn jongens die net nieuw zijn in de wereld van de misdaad, vaak verstandelijk beperkt en meestal gebruikt door zwaardere jongens voor kleine vergrijpen als diefstal of straatroof.“ Wesdorp was nauw betrokken bij de totstandkoming van deze nieuwe vorm van jeugddetentie in de hoofdstad. Toen jeugdgevangenis Amsterbaken vanwege bezuinigingen in 2015 haar deuren moest sluiten, werden de kinderen die voor het eerst de fout in gingen geplaatst in justitiële jeugdinstellingen kilometers van hun ouderlijk huis, in Sassenheim of Lelystad. Wesdorp: “Jongens in voorarrest, die alleen nachtdetentie hadden en nog wel naar school mochten, moesten uren reizen. In die tijd had je geen zicht op wat ze deden.” Ook de sfeer in de kleinschalige voorzieningen is anders – een verademing, meent Wesdorp.

“Voor deze groep jongeren is het belangrijk dat stabiele factoren in hun leven waar mogelijk intact blijven,” zegt ook Rianne de Back, de afgelopen maanden als jeugdofficier betrokken bij een aantal plaatsingen van jonge criminelen in diezelfde kleinschalige voorzieningen. “Daarnaast zijn de ouders in de buurt, dat is belangrijk. Door ze in een jeugdgevangenis ver weg te plaatsen, staat het leven van die jongens stil. En dat maakt resocialisatie lastig.”

Sinds de opening in september 2016 woonden 63 jongeren in de kleinschalige voorziening, meestal voor een periode van vijf tot zes weken. Even lang als ze, verdacht en in preventieve hechtenis, maar niet veroordeeld, in een reguliere gevangenis zouden zitten.

Hartstikke leuk natuurlijk, maar hoe hou je de écht kwaadwillende types buiten de deur?

Het belangrijkste is: aan de voorkant een strenge screening wie wel of niet in aanmerking komt. Als een jongen in de cel trots vertelt over wat hij heeft uitgespookt, pocht met zijn wangedrag, is de kans klein dat-ie in een kleinschalige voorziening terecht komt. “We proberen in de cel al te toetsen of zo’n jongen er zelf voor openstaat om een ander leven te leiden,” zegt projectleider Ruud Jacobs. “Als ze dan aangeven dat ze het erg vinden voor hun familie, of dat ze hun school willen afmaken, zijn ze geschikt. Het moeten geen jongens zijn die al verhard zijn in de criminaliteit.”

Eigen omgeving

Verantwoordelijkheid, zelfkritiek en motivatie zijn belangrijk, vertelt Jacobs. “Het is niet dat wij een pad voor ze uitstippelen. Bij het intakegesprek moet een jongen zelf aangeven hoe hij zijn leven gaat aanpakken.”

Hoewel cijfers over recidive van geplaatste jongeren in de kleinschalige voorzieningen nog ontbreken, is officier van justitie Rianne de Back ervan overtuigd dat dit model de cijfers naar beneden haalt. “Uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken en internationale literatuur blijkt dat je jongeren beter in hun eigen omgeving kunt plaatsen. Dan gaan ze minder vaak opnieuw in de fout.”

Of dit betekent dat we de reguliere gevangenissen kunnen sluiten? Nee, in het geheel niet, vinden zowel Wesdorp als de Back. Die laatste, desgevraagd: “De jeugdgevangenis blijft van belang voor jongeren die een gevaar vormen voor de veiligheid van de omgeving.”