brandpunt+

Interview

Waarom je jongeren niet in een separeercel moet stoppen

Madelon de Goffau

Ylja Band

Jongeren die zes weken lang opgesloten worden in een separeercel: komt dat echt voor in Nederland? Ja dus. Jeugdzorg-expert Peer van der Helm wil dat daar zo snel mogelijk een eind aan komt.

Peer van der Helm zag het onlangs nog gebeuren. Het meisje in kwestie kwam als een kasplantje de cel uit. “Separeren,” zegt de Lector Residentiele Jeugdzorg, “laat diepe wonden in de geest achter en verergert het probleemgedrag.” Hij werkte mee aan het actieplan dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opstelde om het separeren te stoppen. In 2021 moet het aantal separaties van enkele duizenden keren per jaar terug gedrongen zijn naar nul.

De poort op het terrein van gesloten jeugdzorginrichting Schakenbosch schuift langzaam open om een bezoeker binnen te laten. Een van de jongeren maakt van de gelegenheid gebruik en zet het op een lopen. Een aantal medewerkers ziet het gebeuren en gaat erachteraan. Ze proberen het meisje over te halen weer mee naar binnen te komen, maar ze wil niet. Opnieuw trekt ze een sprintje en opnieuw gooien de medewerkers hun woorden in de strijd. Met succes: na een tijdje keert ze dan toch uit zichzelf om en lopen ze samen terug het terrein op.

De methode die de medewerkers hier toepasten heet ‘geweldloos verzet’. Zonder vastpakken of vechten proberen door te dringen tot de cliënt, is een alternatief voor de inzet van separeercellen. Dat zijn kale ruimtes die van de buitenkant op slot gaan. De enige voorzieningen zijn een matras, een deken, en een toilet in een van de hoeken. Schakenbosch had ooit vier van die cellen, waar er nu nog een van over is.

Gelukkig maar, vindt Peer van der Helm, “Separatie brengt kinderen aantoonbare schade toe en verergert het probleemgedrag. Separaties mogen nooit als straf in gezet worden, maar toch voelen cliënten zich vaak gestraft.” De langdurige isolaties kunnen worden voorkomen, zegt hij: “De gedragsdeskundige is de enige die toestemming hoeft te geven om een kind op te laten sluiten. Het is aan de organisatie om te beslissen hoe lang dit moet. Daar zit geen limiet op.” 

“Door personeelswisselingen, onderbezetting en het feit dat ervaren medewerkers met een lampje gezocht moeten, is er soms geen andere optie dan isolatie”, legt Van der Helm uit. De medewerkers in instellingen als Schakenbos zijn niet alleen verantwoordelijk voor de veiligheid van de jongere die agressief gedrag vertoont, maar ook voor die van de anderen. Als er op dat moment maar weinig medewerkers beschikbaar zijn, ligt isoleren helaas voor de hand: “Dat creëert even rust, voor de medewerker zelf en voor de jongeren op de afdeling, maar het lost het probleem niet echt op: “Voor een positief leefklimaat heb je vast personeel met jarenlange ervaring nodig, dan kun je zonder die ruimtes. Een 23-jarig meisje dat net haar hbo heeft afgerond, krijgt dat nog niet voor elkaar.” 

Ook lopen de meeste alternatieven op isolatie uit op niets: “Als een kind agressief gedrag vertoont, stuur je het naar zijn kamer, bijvoorbeeld. Dan gaat het keihard muziek afspelen en haal je de stereo weg. Vervolgens wordt er met de elektriciteitsdraden geprutst om brand te stichten dus sluit je de elektra af. Daarna sloopt hij de meubels  dus die gaan ook de kamer uit en uiteindelijk sluit je het water af omdat hij een wc-rol door het toilet probeerde te spoelen.” En ja, dan heb je toch weer een isoleerruimte te pakken. Met het sluiten van de officiële separeercellen ben je er volgens Van der Helm dus nog niet.

Wat werkt dan wel? Vrijwillige separeerruimtes, stelt Van der Helm voor. “Deze ruimtes gaan niet op slot, er staan gezellige meubeltjes, en er staat muziek aan. Echt een ruimte om je in terug te trekken. De nadruk ligt op het behouden van contact, dus is er een medewerker aanwezig in de kamer om met het kind in contact te blijven. Het is alsof een ouder tegen een boos kind zegt: ‘ga maar even naar je kamer, ik kom zo’. Als je als ouder binnenkomt zit het kind vaak alweer met de lego te spelen. Dit worden weleens ‘snoezelruimtes’ genoemd, maar dat vind ik een beetje lichtzinnig klinken. Ik zou het eerder ‘rustruimtes’ noemen.”

En, een tweede must: een stabiele omgeving. “Er zijn jongeren die geleerd hebben dat agressief gedrag er uiteindelijk voor zorgt dat ze weer weggestuurd worden.” Een tijdje geleden bezocht Van der Helm nog een meisje in jeugddorp De Glind. In dit dorp, onder de rook van Barneveld, staan drie gezinshuizen, die een alternatief bieden voor jeugdzorg-instellingen. “Als ze boos is, sloopt ze zichzelf en haar omgeving”, vertelt Van der Helm. “Ze heeft al heel veel instellingen gezien. ‘Ik zal wel weer wegmoeten’, zei ze toen het op een dag opnieuw mis ging. ‘Nee’, zei de gezinshuisvader kalm, ‘je hoeft hier nooit meer weg.’ Het idee dat ze op een plek mag blijven geeft rust. Afgelopen september zocht ik haar weer op, tijdens haar stage. Stond ze daar, keurig in kostuum te serveren, in het plaatselijke restaurant. Voor het eerst in haar leven ging ze een heel jaar naar school.”

De positieve effecten van een stabiele thuisbasis ziet Alex de Bokx, oprichter van het Dushi-huis en pleegvader van 52 kinderen, als geen ander. In een voormalig dorpshuis in het Gelderse Ellecom geeft hij uit-huis-geplaatste kinderen een thuis. “Een kind mag hier altijd blijven wonen. Onvoorwaardelijk. Ik zeg altijd: ze hebben een andere start gemaakt. Ze zijn in de basis beschadigd: als je als volwassene naast een kind gaat staan en hem of haar het gevoel geeft dat ze zelf niet de schuld zijn van de reden dat ze hier wonen, dan kun je daar heel veel mee bereiken.”

Volgens Peer van der Helm valt of staat alles met dit soort contact. “Bij afzondering verbreek je het contact, maar de nadruk moet liggen op het behouden ervan.” Precies zoals gebeurde op het terrein van Schakenbos: geen vechtpartijen, er niet met z’n tienen bovenop duiken, maar vooral praten en er letterlijk met z’n allen om heen gaan staan. 

Bekijk onze reportage 'Geen tehuis maar een thuis', over Alex en zijn Dushi Huizen, hier terug: