brandpunt+

Interview

Yernaz Ramautarsing: “Ik dacht dat ik als Surinamer met meer kon wegkomen”

Jeroen Pen

Onze Jeroen Pen interviewde Yernaz Ramautarsing twee jaar geleden over racisme en IQ. In januari werd dat stuk plots nieuws, wat het (voorlopige) einde van de politieke carrière van Yernaz bij Forum voor Democratie inleidde. Jeroen werd ondertussen met de dood bedreigd. Nu blikken ze samen terug op de afgelopen drie maanden.

Yernaz Ramautarsing neemt in de zomer van 2016 zelf contact met me op. Het is vlak nadat rapper Typhoon door de politie is aangehouden omdat hij door de omvang van zijn auto geldt als verdacht. In de nasleep interviewen we een aantal zwarte Nederlanders over de grootte van (al dan niet institutioneel) racisme. Geen idee dat overloopt van de originaliteit, maar we voelden als redactie dat het onderwerp belangrijk was en stuitten op een aantal goede sprekers. Vonden wij althans zelf – via Twitter vraagt politicologie-student Yernaz enigszins kribbig of we ook van plan zijn een rechts geluid te laten horen.

Met het oog op volledigheid stem ik in, en een paar dagen later volgt het interview in een Amsterdams café. Fanatiek libertariër Yernaz gelooft heilig in de markt en vindt (institutioneel) racisme onzin. Hij wijst op het belang van IQ, wat volgens hem dan weer hoger is bij het ene volk dan bij het andere. Gedurende een kleine twee uur zijn we het vrijwel geen seconde met elkaar eens, maar het gesprek verloopt in een gezellige sfeer.

Veel ophef komt er na publicatie niet: Brandpunt+ is op dat moment nog een vrij onbeduidend millennial-blogje, met een marginale achterban.

"Racisme? Het gaat op de arbeidsmarkt om IQ" 09 Jun 2016 "Racisme? Het gaat op de arbeidsmarkt om IQ"

Fast forward naar 2018 en het interview wordt plots ons meest gelezen stuk. Yernaz staat inmiddels op nummer twee voor de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen namens Forum voor Democratie, de partij waar hij sinds de herfst van 2016 actief lid van is. Op maandag 29 januari gaat voorman Thierry Baudet in de Stadsschouwburg in debat met Femke Halsema. Die laatste opent de aanval, met als voornaamste wapen: het interview van bijna twee jaar eerder. Halsema verwijt Baudet racisme.

Het leidt het (voorlopige) begin van het einde van de politieke carrière van Yernaz in; nog geen vijf weken later trekt hij zich terug als kandidaat raadslid. Maar ook voor mijzelf volgt een even merkwaardige als hectische periode. Ongeveer een week later komen de eerste anonieme bedreigingen binnen. Lieden met de Nederlandse vlag of de karakteristieke alt-right kikker als profielfoto sturen me privéberichtjes. Dat ik een linkse kutjournalist ben, die nodig een toontje lager moet zingen. Om hun dreigementen kracht bij te zetten, vermeldt een enkeling mijn huisadres erbij.

Ik negeer het advies van mijn collega’s om aangifte te doen – mannen als Geert Wilders en Quincy Gario krijgen immers vele malen meer dergelijke blubber over zich heen, en daar gebeurt zelden iets mee. Bovendien gaat het om anoniempjes op sociale media, en lijkt de kans me klein dat er daadwerkelijk een in Nederlandse vlag gehulde idioot met een zwaard in de hand hier de trap op komt stormen. Nee echt, verzeker ik iedereen die het horen wil, het gevaar is te verwaarlozen. 

Ik zet voor de zekerheid wel een hockeystick naast mijn voordeur. Je weet maar nooit.

Foto: Tim Pen/Brandpunt+
Foto: Tim Pen/Brandpunt+

Pas na de verkiezingen wil Yernaz een vervolginterview doen, bij hem thuis, in Amsterdam – óns Amsterdam.

Ons laatste treffen heeft aardig wat schade aangericht, maar de net als ik dertigjarige Yernaz begroet me gebroederlijk. “Hé man, alles goed?” Op 1 januari hadden we dit jaar allebei anders voor ons gezien, merk ik even later op. “Ja,” zegt Yernaz, “ik had niet verwacht dat het zo’n train wreck zou veroorzaken. Ik heb het bewuste interview vaak teruggelezen, en denk elke keer: ‘Kom óp.’ En kut van die bedreigingen, trouwens. Dat slaat nergens op.”

Yernaz verruilde in 1990 Suriname voor Amsterdam. Met zijn moeder; zijn broer en zus volgden een jaar later. Vader Ramautarsing was toen al niet meer in beeld.

Jarenlang zaten we hemelsbreed nog geen drie kilometer van elkaar verwijderd op de middelbare school. Ik op het Geert Grote College; hij op de Christelijke Scholengemeenschap Buitenveldert. Ik droeg toen regelmatig een Ajax-shirt; Yernaz gooide hoge ogen door als enige CSB'er vaak in een Feyenoord-shirt op het schoolplein te verschijnen. “Gewoon, een beetje provoceren. Iedereen was voor Ajax, en ik was toen al best een rebel,” blikt hij daarop terug.

Waarom in vredesnaam Feyenoord, wil ik weten. “Toen mijn broer naar Nederland kwam, had je allemaal Surinamers. Gaston Taument, Regi Blinker, Henk Fraser, Ulrich van Gobbel. Wij zijn trotse Surinamers hè, dus mijn broer koos voor Feyenoord. En in zijn kielzog deed de rest van de familie hetzelfde.”

Bij Ajax liepen een paar jaar later ook aardig wat Surinaamse-Nederlanders rond, merk ik op. “Dat is de grap ja, jullie wonnen toen alles wat er te winnen viel. Alleen: ik ben een loyaal mens. Als ik me ergens aan verbind, is dat meestal voorgoed.”

"Verkozen worden, deze stad redden: ik keek ernaar uit"
Yernaz Ramautarsing

Na het debat in januari tussen Thierry Baudet en Femke Halsema noemt vicepremier Kajsa Ollongren Forum voor Democratie een staatsrechtelijke bedreiging, en sluiten een aantal Amsterdamse fracties FvD uit als regeringspartner. Yernaz houdt zich stil, nadat Thierry hem op het hart heeft gedrukt dat de partij hem steunt. “Hij belde me twee dagen na dat debat, vroeg wat ik had gezegd. Ik legde het uit, waarop Thierry reageerde: ‘Jezus, waarom doen mensen daar zo moeilijk over?’”

Pas als de landelijke lijsttrekkers met elkaar in debat gaan in De Balie, laat Yernaz weer prominent van zich horen. Nadat zijn partij racisme verweten wordt, stormt hij het podium op, het geprinte interview in zijn hand geklemd. Beveiligers komen aangesneld en dirigeren hem terug naar zijn plaats in het publiek.

“Mensen zeggen dat erin staat dat iedereen die niet blank is, dom is. Maar je moet echt je best doen om dat er in te lezen, dus ik dacht: kom, laat ik even een voordracht geven,” zegt Yernaz nu. “Ze logen over me, allemaal.” En dat daarmee zijn toekomst in het geding kwam, was hem toen wel duidelijk. “Of het mijn droombaan was? Nee, dat zou de Tweede Kamer zijn. Maar verkozen worden, deze stad redden: ik keek ernaar uit.”