brandpunt+

Onderzoek(je)

Waarom vrijwel niemand restjes meeneemt uit restaurants

Isabelle Veltman

Roos van Tongerloo

Je eten blijft nog wel even lekker én je voorkomt er een beetje voedselverspilling mee. Alleen vraagt vrijwel niemand achteraf om een doggybag. Waarom vinden we dit in vredesnaam zo gênant?

We vonden het een beetje raar. We kenden hem nog niet zo goed en hadden na drie bier trek gekregen: een burger voor mij, een burger voor haar, een vegetarische burger voor haar daar, een half kippetje voor hem, en twee halve kippetjes voor die jongen rechts. “Kun je de helft voor me inpakken?” vroeg hij na het eten aan de ober. “Voor morgen.” Tuurlijk, zei de meneer met de sloof om z’n middel. “In een doosje doen?”

Handig. Als je zin hebt in een half gerecht, maar er staan alleen hele op de kaart, kun je gewoon om een doggybag vragen. Zo’n kartonnen zakje, of doosje met restjes, die je thuis in de koelkast zet (en in een tupper ware-bakkie mee naar je werk neemt, zodat je geen vijf euro voor een tosti in de bedrijfskantine hoeft te betalen).

Bovendien hoeft het restaurant jouw restjes zo niet weg te gooien. Dat is hard nodig, want schrik niet: in restaurants en cafés wordt per jaar 51 duizend ton aan voedsel verspild. Natuur & Milieu rekende voor ons uit: dat zijn 77 miljoen warme maaltijden. En meenemen kan gemakkelijk: horecagelegenheden kochten vorig jaar als een malle meeneemdoosjes in, en kregen van Natuur & Milieu ook nog eens een ton van die dingen cadeau. (Mijn oma wikkelde haar biefstuk bij Van der Valk trouwens in een van die dikke servetten. Paste prima in haar Chanel-tasje.) Om de drempel nog lager te maken, bieden restaurants doggybags steeds vaker aan: bij 1.3 miljoen Nederlanders in 2016.

We weten het wel, maar we doen er weinig aan. We geven aan de onderzoekers van Natuur & Milieu toe dat we een hekel hebben aan voedselverspilling (77 procent van ons) en het zonde vinden van onze zuurverdiende centjes, maar als we het laatste beetje ratatouille net niet meer op krijgen, durven we niet om een doosje te vragen. Dat vinden we genant. Of, “we”: vier op de tien Nederlanders. Het worden er gelukkig minder, maar vooral hoogopgeleide mensen laten hun laatste krieltjes liever liggen. Je kunt dus voorspellen: hoe hoger de opleiding van de eter, hoe hardnekkiger de mee-naar-huis-neem-angst.

In Frankrijk zijn horecamedewerkers sinds 2016 verplicht hun gasten een doggy bag aan te bieden als er eten overblijft

De oude Grieken namen dikke servetten mee naar een orgie (of gewoon een dinertje), juist om de gastheer te complimenteren. Als de kliekjes mee naar huis gingen, was het eten vast om je vingers bij af te likken. En in de jaren vijftig van de vorige eeuw waren ingevroren restjes nog een luxeproduct, waar je een dure vries-of koelkast voor nodig had.

Waar ging het mis? Want mán, wat blijven we ons onvermoeibaar generen.

In Amerika is het doodgewoon en hoef je al sinds de jaren vijftig niet eens om een zakje te vragen, maar Europeanen krijgen bij kliekjes stressvlekken in hun nek. Italianen eten vers en net uit de oven. Meenemen, invriezen, ontdooien, en weer opwarmen is een grof schandaal en een klap in het gezicht van de kok. In Frankrijk zijn horecamedewerkers sinds 2016 verplicht hun gasten een doggy bag aan te bieden als er eten overblijft, maar ze halen er hun neus voor op: ze koken nondeju niet voor honden. Zelfs nu het ding ‘gourmet bag’ wordt genoemd, is vragen ernaar een zonde van het formaat mayonaise op Franse frieten. In België proberen groene organisaties de doggybag onder een andere schuilnaam toch aan de man te brengen. Ze noemen ‘m het “restorestje”, maar het wil niet baten. (Andere Vlaamse kansmakers waren “kliekjesdoos”, “nagenieter”, “overdoos”, en “verspil-me-nietje”.)

Britten hebben zich zelfs aangeleerd uit beleefdheid een restje op je bord te laten liggen - gewoon, voor ‘Mr Manners’. Wie z’n bord leeg eet, of een restje bewaart voor later, is een veelvraat. Bovendien ging wat overbleef vroeger (in de middeleeuwen) naar de huishouding. Wat zij niet meer lustten, werd buiten de poort aan zwervers uitgedeeld. “Als je het eten op je bord kunt betalen, is het extra luxe als je wat kunt laten liggen," zegt historicus Colin Spencer. “Dat gezenuwpees over restjes is een soort van natuurlijk”. Ja, “de doggybag heeft een imagoprobleem," zegt de Britse psycholoog Paul Buckley. Het laatste restje is voor sukkels. “Wat arme drommels misschien zouden doen, dat doen wij liever niet. Als ze wel een dogg bag vragen, bedenken ze er een smoesje bij. ‘Oh, dat doe ik voor de kat.’”

Foto: Remko de Waal/ANP
Foto: Remko de Waal/ANP

Volgens etiquette-expert Beatrijs Ritsema moet het kunnen. “Goedkoop of duur, maakt niet uit,” zegt ze, als een lezer haar vraagt of-ie een bonbonnetje dat over is mee naar huis mag nemen in een zakje. “Elk zichzelf respecterend restaurant beschikt over aluminiumfolie wegwerpcontainertjes, waarin ze eten kunnen verzamelen om aan hun klanten mee te geven. Geen enkel restaurant, ook niet in Nederland, zal een verzoek van klanten weigeren om voedsel mee te nemen waarvoor betaald is, dus schroom vooral niet in de toekomst.”

Dat ik het een beetje raar vond, toen met die halve kippetjes, slaat dus nergens op. Elk zichzelf respecterend mens zou zich niets aan moeten trekken van achterhaalde sociale normen. Wie weet trekken ze snel bij: duurzaamheid is he-le-maal van de elite van nu.

Om mezelf de sociale drempel over te rollen, bel ik het meest chique restaurant dat ik verzinnen kan: de Librije, in Zwolle. “Zeg, als ik mijn eten nou niet op kan bij jullie, kan ik het dan mee naar huis nemen?” Het is even stil. “Oh, eh. Daar heeft eigenlijk nog nooit iemand naar gevraagd,” zegt Laura Schipper. “Ik vraag het even na.” Bij de Librije hoor je een muziekje terwijl je wacht op antwoord. Een chic muziekje. “Hm, we moeten even met de chef overleggen, en dan laat ik het je per mail weten,” zegt Laura even later.

“Inmiddels heb ik bericht ontvangen van onze chef en hij geeft het volgende aan. Het meenemen van overgebleven eten is bij ons niet direct van toepassing, daar de gerechten die wij serveren vrij klein zijn waardoor er het eigenlijk niet voorkomt dat er iets overblijft. Wij serveren bijvoorbeeld geen steak waarvan een aanzienlijk stuk van over kan blijven dat de moeite waard is om nog mee te nemen naar huis. Als er iets overblijft op het bord is dit zo minimaal dat het over het algemeen niet de moeite waard is om nog mee te nemen. Wat eventueel meegenomen kan worden naar huis, zijn bijvoorbeeld de chocolaatjes/friandises bij de koffie nadien. Mochten deze over zijn en gasten willen ze graag meenemen naar huis, kan dit. Geen probleem.”

Geen probleem. Als ik twee maanden kliekjes eet, kan ik het me veroorloven. Dan zeg ik alstublieft en dankuwel tegen Mr. Manners, en prop ik mijn overdoos vol met friandises.

Hoe krijg je de massa mee als je voedselverspilling wil bestrijden? In Denemarken lukt 't. Kijk hierrr onze reportage (18 minuten) terug: