brandpunt+

Interview

“Wat betreft het beroepsonderwijs is Nederland het kneusje van Europa”

Jelle Broekroelofs

We moeten af van het idee dat beroepsonderwijs als lager onderwijs wordt gezien, zegt deze bestuurder.

We stevenen af op een ramp als we niet heel snel ons beroepsonderwijs op orde brengen, stelt Doekle Terpstra, onze nationale aanjager van techniek in Nederland. Het is de oud-vakbondsbestuurder een doorn in het oog dat vaklui als laaggeschoold worden bestempeld. Wanneer we Doekle bellen op zijn vakantieadres in de Betuwe komt de strijdbare vakbondsman weer in hem boven: “We hebben een hiërarchie gemaakt en bepaald dat beroepsonderwijs lager is dan theoretisch onderwijs – en daarmee doen we onszelf als maatschappij écht tekort.”

Niet zo lang geleden ging Doekle nog voor de christelijke werknemer van het CNV de barricades op. Tegenwoordig kan het beroepsonderwijs rekenen op zijn passie. Als voorzitter van UNETO-VNI, de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche en de technische detailhandel, en als aanjager van het Nationaal Techniekpact 2020 ter bevordering van de kwaliteit van het techniekonderwijs, knokt Doekle voor een imagoherstel van het technische beroep.

Dat het hem hoog zit, wordt direct al duidelijk. “Nederland moet zich schamen. We hebben het beroepsonderwijs teloor laten gaan.” Volgens Doekle heeft dat alles te maken met hoe we naar vakmanschap kijken, namelijk als lager onderwijs: “Alle ouders willen het walhalla voor hun kinderen bereiken via havo, vwo of gymnasium.” Nederlandse ouders vinden theorie belangrijker dan de praktijk. “Ze willen liever een stropdas dan een overall.”

Hier betalen we een hoge prijs voor, beweert Doekle, “want techniek is de ruggengraat van onze maatschappij.” Op dit moment zijn er volgens het UWV zo’n 22.000 vacatures in de techniekbranche. Dit tekort aan technische vakmensen wordt niet goed gemaakt door een aanwas uit het beroepsonderwijs. De nieuwste cijfers liegen er niet om: de afgelopen 10 jaar is de instroom in techniek op de basisberoepsgerichte leerweg bijna gehalveerd (45%) van 8.558 leerlingen naar 4.743. Ook de kadergerichte en gemengde leerweg laat een forse daling zien van respectievelijk 14% en 42%. Dus volgens Terpstra is het echt tijd om de noodklok te luiden: “Wat er nu in het vmbo gaande is, dreigt ook op het mbo.”

Toch zit hij niet te somberen aan de telefoon. Daar waar het vmbo op een ramp afstevent, heeft het hoger onderwijs het been juist bij getrokken. Daar kiest inmiddels vier op de tien studenten voor bèta. “Op het vmbo heeft men nog het idee dat techniek iets van het verleden is. Maar nee, techniek is van de toekomst. Denk alleen al aan de enorme energietransitie die eraan komt. In het hoger onderwijs hebben ze dat wel begrepen, en het gaat ook gebeuren in het vmbo.”

Dan nu de oplossing. Volgens Doekle begint dat in het basisonderwijs. Wat hem betreft moeten we af van de “juffencultuur”, mogen er meer mannen voor de klas en moeten we kinderen weer in contact laten komen met techniek door weer handvaardigheidslokalen te bouwen en samen te werken met bedrijven. De docenten in het voortgezet onderwijs moeten wat hem betreft ook aan de bak.  Vanaf 2025 wil hij alleen nog maar zogeheten hybride-docenten in het vmbo en mbo voor de klas hebben: docenten die niet alleen les geven, maar dat combineren met een baan in de techniek.

Ook wil Doekle af van het bizarre gegeven dat scholen zelfstandig mogen besluiten om opleidingen te stoppen. “Het vmbo is een drama. Er is bijvoorbeeld in Amsterdam nauwelijks meer technisch onderwijs.” Hij wil dat er een rijkscommissie komt die toetst of een opleiding gestopt mag worden. Uiteindelijk vindt hij dat we “een landelijk dekkend aanbod van techniekonderwijs moeten hebben op het vmbo.”

Tot slot. Rutte III investeert tot 2023 structureel jaarlijks 100 miljoen in het technisch vmbo. Toch is het volgens Doekle nog niet genoeg: “Wat betreft het beroepsonderwijs op het vmbo zijn we het kneusje van Europa. Hoe we daarmee omgaan, maakt me echt boos. Het Techniekpact is succesvol, maar het wordt nu tijd om op te schalen en het gebrek aan technici rigoureus bij de kop te pakken. We moeten het technisch beroepsonderwijs weer op het schild hijsen. We kunnen de grote maatschappelijke vraagstukken van onze tijd alleen oplossen met techniek.”

Doekle lijkt maar niet uitgesproken te raken, maar ineens breekt hij het gesprek af. “Je hebt wel genoeg toch? Ik moet terug naar mijn gezelschap.” Hij is immers op vakantie. De laatste oneliner rolt eruit bij de nationale aanjager: “De keuze nu bepaalt de welvaart van de toekomst”.

Meer weten? Kijk hieronder onze reportage terug: