brandpunt+

Precap

Mensen met autisme zijn juist wél empathisch

Josette Kootstra

Isabelle Veltman

Mensen met autisme hebben soms moeite met sociaal contact, maar ze kunnen zich prima inleven in een ander. Omdat ze HEEL VEEL prikkels registreren, hebben ze gewoon wat meer tijd nodig. En die kunnen we ze best geven.

Ik vraag Ilse hoe ze het vond op de basisschool. Stoïcijns vertelt ze dat ze werd gepest. “Vond je dat vervelend?” Ze haalt haar schouders op terwijl ze met een nagel het vuil onder een andere vandaan peutert. “Ach, het was gewoon zo.” Oogcontact maken met Ilse is een hele opgave. Ze ontwijkt mijn blik en als ik het probeer, draait ze haar hoofd weg. 

Ilse heeft een vorm van autisme waarvan gebrekkige sociale interactie een van de voornaamste kenmerken is. Door de manier waarop ze reageert, lijkt Ilse onverschillig. Het is alsof ze ongevoelig was voor de pesterijen op school, en alsof mijn vragen haar niet raken. Maar dat het zo lijkt, betekent absoluut niet dat het ook zo is. Dat Ilse niet met betraande ogen en overslaande stem reageert, wil niet zeggen dat ze dergelijke gevoelens niet heeft. Integendeel, er gaat zoveel in haar om dat ze een overdosis aan gevoelsprikkels moet verwerken. Juist een te veel aan gevoel, maakt haar voor de buitenwereld stoïcijns.

“Bij mensen zonder autisme gaat het contact met anderen automatisch,” vertelt Maurice Magnée, die aan de Universiteit van Utrecht onderzoek deed naar het empathisch vermogen van mensen met autisme. “Jij en ik kunnen op onze automatische piloot interactie hebben met elkaar. Bij mensen met autisme kost dat meer moeite omdat ze zich bewust aan ons moeten aanpassen. Voor hen is dat geen tweede natuur. Zij moeten zich ertoe zetten en een berg prikkels verwerken. Dat kost heel veel energie.”

Voor zijn promotie onderzocht Magnée samen met Myriam Vandenbroucke dertig hoogopgeleide, autistische jongeren, van tussen de 16 en de 28 jaar. Ik krijg direct een vriendelijke reprimande als ik iets vraag over ‘de autist’. Dat moet ik niet zeggen, vindt de wetenschapper. “Het is een heel breed spectrum en vaak zorgt niet het autisme zelf, maar een bijkomend probleem voor moeite met sociale interactie.” 

Magnée kwam tot de volgende conclusie: mensen met autisme lezen emoties juist goed. Ze nemen ze extra scherp waar, zelfs, met aandacht voor details: een opgetrokken mondhoek, een iets dichtgeknepen oog… Door die scherpte krijgen ze een overdaad aan non-verbale informatie binnen, en wenden ze hun blik af. Desinteresse, denken wij dan. Niet waar, dus: “Mensen met autisme zijn juíst inlevend en vatbaar voor hoe andere mensen zich uiten. Sociale situaties zijn een explosie aan impulsen.” Alles wat zich in hun omgeving afspeelt, komt heftig binnen. Ze kunnen dus net zo worden afgeleid door een knipperend lampje als door een huilend kind. “Je ziet, hoort en ruikt van alles”, zegt Magnée. “Dat komt ongefilterd binnen in de hersenen van mensen met autisme. Al die prikkels bouwen een spanning op. Dan sluit je je af en wil ervandoor, of je krijgt een woede-uitbarsting. Dat is dan niet omdat ze die mensen niet leuk vinden, maar omdat het te veel voor ze is.” Kortom: “Ze zijn net zo gevoelig voor de emoties van anderen als jij en ik, maar minder gefocust en sneller afgeleid. “Het is geen gebrek aan empathie. Eerder het tegenovergestelde.”

Ilse in gesprek met onze Tom Kleijn.
Ilse in gesprek met onze Tom Kleijn.

“Als we het al hebben over een empathieprobleem,” vervolgt Magnée, “dan zou ik het een dúbbel empathieprobleem noemen.” Sorry, wat? “Nou, mensen zonder autisme hebben vooral moeite in de omgang met mensen met autisme. Ze hebben allebei iets aan te passen om de interactie beter te maken.” En dat is zonde vindt Magnée, want daarmee mist de samenleving de kans op samenwerking met een groep met veel potentie. “Er is een schrikbarend lage arbeidsparticipatie van deze groep mensen. Rond de tien procent vindt een baan terwijl ze juist goed in staat zijn bepaald werk te doen.” Magnée vertelt dat autistische jongeren zelf zeggen dat het kan helpen als ze meer verwerkingstijd krijgen, bijvoorbeeld. Dan krijgen de prikkels een plaats, en zakt de spanning. “Laat ze hun eigen tijd indelen”, adviseert hij. “En coach ze in dit proces.”

Ilse is ondertussen begonnen met een ICT opleiding van IT-Vitae, een gespecialiseerde vakschool voor jongeren met autisme. Op de reguliere Universiteit is ze al snel overprikkeld, en kan ze haar studie lastig afmaken. Waarom kan dat hier wel? Ze haalt weer haar schouders op. “Gewoon, omdat iedereen aardig is.” Als ik goed kijk, zie ik haar ogen oplichten. Er breekt een glimlach door.

Meer weten over Ilses opleiding? En over de autistische Niels, die toen-ie aan het werk kon ‘geneigd was een beetje een gat in de lucht te springen’? Kijk hieronder de uitzending terug.