brandpunt+

Portret

"Dit is de onzichtbare armoede"

Robbert ter Weijden

Jannie Orsel ziet in haar Uitdeel-winkel dagelijks mensen die lijden onder de armoede. Zo erg zelfs dat ze soms geen eten kunnen kopen.

Bekijk de reportage terug

“Die mensen zijn dan helemaal in paniek: ‘Ik heb kleine kinderen en geen geld en geen eten. Kun je helpen?’ Instanties kunnen niet zomaar geld geven maar wij kunnen wel helpen. Er zijn heel veel dingen waarbij kinderen uitgesloten worden, gewoon omdat ze in de armoede zitten.”

Gratis en belangeloos

Jannie runt de stichting Uitdeelpunt Eerste Hulp Veendam, waar mensen die daar geen geld voor hebben gratis spullen kunnen ophalen. Dat kan in de winkel maar ook via een eigen Facebookpagina.

“Met 4500 leden, die helpen elkaar gratis en belangeloos. Iemand zet er bijvoorbeeld wat boodschappen op en dat wordt dan weer opgehaald door iemand die dat nodig heeft.”

Broodnodig

Zij ziet in haar Uitdeel-winkel dagelijks mensen die lijden onder de armoede. Zo erg zelfs dat ze soms geen eten kunnen kopen. Daarom deelt ze één keer per week brood uit aan de allerarmsten.

Eén keer per week wordt er brood uitgedeeld.
Eén keer per week wordt er brood uitgedeeld.

“Dat brood is wel drie à vier euro en dat krijgen ze hier gratis. En die euro’s kunnen ze dan weer aan iets anders uitbesteden.”

Onzichtbare armoede

Volgens Jannie weten velen niet hoe groot de armoede is in ons land.

“Dat is dus de stille armoede die je niet ziet. En wij zien dat wel omdat we met onze neus op de feiten gedrukt worden dat het er wel degelijk is. Het is er en het wordt ontkend. Ik zeg ook altijd: men moet de ogen opendoen!”

Onbegrip en woede

Nu volgt Jannie de cursus “Sterk uit Armoede” waarbij ze wordt opgeleid tot ‘ervaringsdeskundige’.

“Ik doe dit eigenlijk om een brug te zijn tussen alle instellingen en de burger die elkaar niet goed begrijpen; de burger door de onwetendheid en de gemeenteinstellingen doordat zij niet weten wat het betekent om in armoede te zitten. Dan zie je heel veel onbegrip, woede en onmacht. Daar wil ik een brug tussen zijn.”